vrijdag 15 juni 2007

Twee ouwe wijven

Het is donderdagmiddag en bloedheet. De zon schijnt flink achter de wolken en die combinatie maakt het drukkend warm. Terwijl ik mijn fiets zoek tussen al het oud ijzer wat bij het station geparkeerd staat, vraag ik me af waarom ik mijn jas nog aan heb.
Er is duidelijk onweer op komst. De vraag is alleen hoelang het nog op zich zal laten wachten.

Ik vind mijn fiets, hang de tas om het stuur en besluit mijn jas aan te houden. Ja, waar moet ik hem anders laten? Dan maar even zweten. Als ik weg wil fietsen valt mijn oog op twee dames die een paar meter verderop staan. Hun verschijning raakt me als een steek in mijn hart.

Soms heb ik dat bij mensen.

Dames is wel een heel nette omschrijving voor dit tweetal. Twee ouwe wijven zijn het, overduidelijk zussen. Ze zijn dik en behoorlijk ook. Het vette, halfgrijze haar hangt in vieze sliertjes naar beneden. Wat vormeloze shirts en broeken kleden het verder af. Wat me juist opvalt zijn de ontblote armen. Bij beide vrouwen.

De armen zitten bij beide vrouwen vol littekens. Als ik goed kijk zie ik schrammen, die door automutilatie zijn toegebracht. Ook zijn er verschillende sigarettenpeuken op uitgedrukt. Kennelijk hadden zij lichamelijke pijn nodig om psychische pijn weg te drukken. Misschien deden ze het wel bij elkaar. Eén van de wijven zegt tegen de andere:"En nou mot ik een peuk anders ga ik dood." Na veel getril is de sigaret eindelijk aan.

De sigaret blij.

Het is drukkend warm, maar ik voel een rilling over mijn rug lopen. Ik vraag me af waarom mensen in vredesnaam zo moeten leven. Ik slaak een zucht richting de wolken. Aan de de onweerslucht te zien, zal het niet lang meer duren voordat er respons komt.

Ik wacht het niet af en stap op mijn fiets. Ik kan het niet laten om in het voorbijrijden nog één keer te kijken. Eén van de vrouwen moppert over iets, 'kut-dit' en 'kut-dat'. De sigaret is bijna op zie ik. Als ik weg rijd bid ik dat ze hem uitdrukt op de grond en niet op zichzelf.
De peuk valt met een boog op de grond. Terwijl ik het station achter me laat, geef ik even een knipoog naar het dreigende onweer. Laat het nu maar komen.

maandag 11 juni 2007

(levens)kunstaardewerk

Het huis waarin ik woon staat in één van de oudste wijken van de stad Gouda. Aan de rand van de binnenstad, langs de Gouwe is daar de straat die 'Vest' heet. Er staan nog een aantal muurhuizen, vandaar de naam Vest, waarschijnlijk vormde deze straat ooit een strategische plek in de verdediging van de binnenstad.Een aantal panden is goed onderhouden en wordt bewoond door keurige mensen, die overigens veelal uit de staatsruif eten.

Naast ons studentenpand staat een klein huisje, wat er slecht onderhouden uit ziet. Nummer 81.Ooit is het door iemand wit geverfd, maar de verf is er door de jaren heen weer afgebladderd. Het doet nogal onbewoond en verlaten aan. Boven de deur hangt een bordje, met roestige schroeven vastgezet:

Kunstaardewerkfabriek
"Unicum"

De 'k' van fabriek is weggevallen door ouderdom. Een aantal keer per week komt er een oude man op een scooter, die in dit oude huisje moet zijn. Een prachtige verschijning: een oude man, met een vooroorlogse pothelm op zijn hoofd.
Het sluike, vette grijze haar hangt er in sliertjes onderuit. Hoe warm het ook is, altijd een dikke jas aan. De deur gaat open, de opvallend moderne scooter wordt veilig binnen gezet. En de helm blijft op totdat hij binnen is. Hij schijnt er kleine beeldjes van het stadhuis van Gouda te maken, liet ik me vertellen.

Onlangs zat ik in een raamkozijn met een kop koffie en toen kwam de man weer. Deurtje open, scooter erin, deurtje dicht. En op slot. Een paar tellen later gaat het deurtje weer open en zie ik de man, zónder helm, naar buiten komen. Leuk, ik kijk boven op zijn hoofd en zie dat hij al een beetje kaal begint te worden. Dat zie ik nu voor het eerst. Ik zie de man rondscharrelen op de Vest en even later komt hij terug om iets te halen.
Als de deur voor de tweede keer open gaat, komt de man nota bene zonder jas naar buiten. Ik kijk mijn ogen uit. Een smoezelig overhemd met dunnen witte bretels wordt zichtbaar. De man duwt een oude kinderwagen, waarin een houten bak is gemonteerd, voor zich uit.

Grote spaakwielen en een hoog handvat.

Aan het eind van de Vest staat een witte houten plaat bij het grofvuil. Voor de man is het echter niet waardeloos het geheel wordt teder in het vervallen karretje gelegd.
Dan gaat de deur weer dicht. Nu voorgoed. Ik loop weg en hoor tien minuten later de scooter soepel starten. Ik haast mij naar het raam en zie de man met een brede glimlach wegrijden. De werkdag van de man zit er weer op en daar geniet hij zichtbaar van.

'Dit is nu levenskunst', denk ik nog, terwijl de man allang uit het zicht verdwenen is.

vrijdag 8 juni 2007

Over de onkunde van het leven

Mijn blog is getiteld:'Een weblog over de kunst en onkunde van het leven.'
In de afgelopen maanden heb ik vooral geschreven over de levenskunst. Er zijn zoveel mooie dingen te zien in het leven, vaak zijn het kleine dingen. Daar moet je oog voor hebben en toevallig heb ik dat.

Maar wat gebeurde mij de afgelopen twee weken? Ik hoorde, zag, proefde, rook en voelde weinig meer. In mijn hoofd was het een chaos, wanneer ik mijn ogen dichtdeed begon het te flitsen en 's nachts droomde ik veel. De werkdruk van een afstudeerproject binnen TBS nam toe en op de één of andere manier kon ik het niet opbrengen om een stukje te schrijven, of andersmans beschouwingen te lezen. Noem het lusteloosheid, terwijl je in drukte verkeert.

Toch heb ik in de afgelopen tijd ontzettend leuke dingen meegemaakt. Ik kan daar noemen: een prachtige filmavond bij Pirates of the Caribean 3, een geslaagd optreden in de kerk, een flinke afterparty daarna en 's ochtends wakker worden tussen twee blonde dames. Alleen wakker worden, verder niks...

Maar goed, ik heb weer wat geleerd.

Ik heb dus rust nodig om de levenskunst te ontdekken en te beschrijven. Terwijl sommigen juist aarden in chaos en drukte, zorgt dit bij mij voor verwarring. Zorgt dit voor onkunde in mijn leven. Dan ervaar ik weinig meer, omdat ik word overspoeld door indrukken, verlam ik.
Zou ik dan toch een high sensitive person zijn?

Ik weet het niet en het is ook niet zo belangrijk. Ik zet lekker jazz-muziek op en ga straks weer met een opgeruimd hoofd de straat op om te kijken wie er loopt en wat hij of zij doet.
Dan horen jullie dat wel weer.