maandag 11 juni 2007

(levens)kunstaardewerk

Het huis waarin ik woon staat in één van de oudste wijken van de stad Gouda. Aan de rand van de binnenstad, langs de Gouwe is daar de straat die 'Vest' heet. Er staan nog een aantal muurhuizen, vandaar de naam Vest, waarschijnlijk vormde deze straat ooit een strategische plek in de verdediging van de binnenstad.Een aantal panden is goed onderhouden en wordt bewoond door keurige mensen, die overigens veelal uit de staatsruif eten.

Naast ons studentenpand staat een klein huisje, wat er slecht onderhouden uit ziet. Nummer 81.Ooit is het door iemand wit geverfd, maar de verf is er door de jaren heen weer afgebladderd. Het doet nogal onbewoond en verlaten aan. Boven de deur hangt een bordje, met roestige schroeven vastgezet:

Kunstaardewerkfabriek
"Unicum"

De 'k' van fabriek is weggevallen door ouderdom. Een aantal keer per week komt er een oude man op een scooter, die in dit oude huisje moet zijn. Een prachtige verschijning: een oude man, met een vooroorlogse pothelm op zijn hoofd.
Het sluike, vette grijze haar hangt er in sliertjes onderuit. Hoe warm het ook is, altijd een dikke jas aan. De deur gaat open, de opvallend moderne scooter wordt veilig binnen gezet. En de helm blijft op totdat hij binnen is. Hij schijnt er kleine beeldjes van het stadhuis van Gouda te maken, liet ik me vertellen.

Onlangs zat ik in een raamkozijn met een kop koffie en toen kwam de man weer. Deurtje open, scooter erin, deurtje dicht. En op slot. Een paar tellen later gaat het deurtje weer open en zie ik de man, zónder helm, naar buiten komen. Leuk, ik kijk boven op zijn hoofd en zie dat hij al een beetje kaal begint te worden. Dat zie ik nu voor het eerst. Ik zie de man rondscharrelen op de Vest en even later komt hij terug om iets te halen.
Als de deur voor de tweede keer open gaat, komt de man nota bene zonder jas naar buiten. Ik kijk mijn ogen uit. Een smoezelig overhemd met dunnen witte bretels wordt zichtbaar. De man duwt een oude kinderwagen, waarin een houten bak is gemonteerd, voor zich uit.

Grote spaakwielen en een hoog handvat.

Aan het eind van de Vest staat een witte houten plaat bij het grofvuil. Voor de man is het echter niet waardeloos het geheel wordt teder in het vervallen karretje gelegd.
Dan gaat de deur weer dicht. Nu voorgoed. Ik loop weg en hoor tien minuten later de scooter soepel starten. Ik haast mij naar het raam en zie de man met een brede glimlach wegrijden. De werkdag van de man zit er weer op en daar geniet hij zichtbaar van.

'Dit is nu levenskunst', denk ik nog, terwijl de man allang uit het zicht verdwenen is.

Geen opmerkingen: