zondag 30 december 2007

Vrolijk kerstfeest

Heel vroeg in de ochtend op 1e kerstdag 2007 stond ik vroeg op om naar mijn familie te gaan. WANT, DAT IS GEZELLIG! En ja, het wás gezellig. De kerst MOET ook gezellig zijn, anders heb je geen kerst. Althans, dat beweren velen.
Met deze gedachten stalde ik mijn fiets bij het station, want ik moest nog even reizen met de trein. De hele stationshal van Gouda was leeg en de tik-tak van mijn herenschoenen weerklonk luid. Terwijl ik een kaartje sta te pinnen bij de automaat, zie ik in mijn rechterooghoek een man aan komen schuifelen, behangen met allerlei kledingstukken en kapotte tassen.

Een zwerver.

Bij een zoetwarenautomaat kruipt hij op zijn knieën en kijkt of er nog wisselgeld achtergebleven is. Dan steekt hij zijn arm tot zijn elleboog in de automaat in de hoop een koek van de onderste rij te pakken. Helaas zijn deze automaten zwerver-proof, dus heeft de man geen succes.

Ik pin van al mijn rijkdom (nu ja, in vergelijking met deze zwerver dan) een kaartje en loop langs de man. Even twijfelde ik, of ik hem iets zou geven. Echter, gezien zijn gezicht, getekend door de drugs, besluit ik om het niet te doen. Hij zou waarschijnlijk richting de eerste de beste coffeeshop rennen. Met pijn in m'n hart loop ik naar perron vijf.

'Vrolijk kerstfeest', komt in me op, maar heb het lef niet in m'n lijf om hem dit te zeggen. Tijdens het kerstdinee moest ik nog vaak aan hem denken. Terwijl de rest van de Nederlanders deze dag gaan 'vreten op aarde' moet deze man onder een vieze brug of op een smerig bankje iets knabbelen wat anderen weggooien.

Als welzijnswerker praat ik m'n eigen lafheid snel goed:"Neem je werk niet mee naar huis, je doet genoeg voor dit soort mensen, geniet nu van je kerst."
En dat heb ik gedaan. Juist omdat ik nu wist hoe het ook anders kan zijn. Ik koester mijn leventje, waarin ik het zo ontzettend goed heb en dacht:"Maandag, dán bent u weer te eerste."

maandag 24 december 2007

'Als je maar van ze houdt'

Ik woon nog steeds in Gouda op de Vest. Dat is het laatste straatje van de binnenstad, met nog overgebleven muurhuizen, die dus onderdeel uitmaakten van de oude muur van de stad. Een stukje historie, waarbinnen ik mij dagelijks kan bewegen.
De buurt is wel een beetje verpauperd door een autosloperij, oudijzerhandel en coffeeshop. Tegelijkertijd is dat ook wel vol charme. Helemaal op de hoek zit een club van motorrijders - ik zeg niet dat het Hells Angels zijn - en de arbeiders van de sloperij en oudijzerboer drinken zich daar zo mogelijk elke avond lam.
Mogelijk onder het genot van een 'sigaartje' uit de coffeeshop.

Wanneer ik één van deze heren tegenkom is het altijd een vrolijk:'Dag buurman!', waarbij je een soms met dubbele tong uitgesproken 'Buurman!' (met zo'n afgeknauwde -n) terugkrijgt. Prima lui, maar je moet ze niet belazeren, dan heb je een probleem.
Eén van deze heerschappen zag ik in een Hells Angels outfit - dus toch - op tv, waar men een feestje vierde dat het OM een 'vormfout' *lees: stelselmatige overtredingen* had gemaakt.

Dat is een beetje de sfeerimpressie van de buurt waarin ik gisteravond loop op weg naar de avondwinkel, na 300 meter rechts. Deze wordt gerund door een Marokkaan, dus allerlei knechtjes heeft. Inmiddels ken ik er wel een aantal van, altijd weer de kunst om af te dingen. Ik ging echter voor een pakje cigaretten, dan valt er niet meer te beknibbelen op de prijs.
Terwijl ik binnen loop staat er een oudere man met geblondeerd haar, één of andere ingedutte hanekam en een gigantisch litteken van een brandwond op zijn gezicht.
Nu is ondergetekende ook moeders mooiste niet, maar dit zag er echt niet uit. Daarnaast had hij een hele grote bek, waarschijnlijk om zijn uitstraling wat te compenseren.

Hij was met de hoofd-Marokkaan zelf in debat over wel/niet gebruiken van condooms. De uitkomst was niet. Liever kinderen, dan door zo'n rubbertje...
Na veel schuine moppen, die ik met veel plezier sta te beluisteren betrekt het met littekens gevulde gezicht zich heel even en zegt tegen me: 'Als je maar van ze houdt!'

Voordat ik het weet is de man verdwenen. Ik ben op de één of ander manier onder de indruk. Niet wetend wat anders te zeggen stamel ik tegen de Marokkaan: 'Eén pakje Marlboro alstjeblieft'

zondag 23 december 2007

Ik schaam mij diep

Geachte lezer,

Mocht je zo geïnteresseerd zijn in mijn weblog, dat je hem voor de zoveelste keer aanklikt en weer niets nieuws leest, dan kan ik je vertellen: ik schaam mij diep.
Met veel enthousiasme, inspiratie en een klein beetje talent om eens wat te schrijven ben ik deze blog begonnen, maar inmiddels is hij doodgebloed, heb ik mijn lezers verwaarloosd en zo mijn innerlijke verrijking door het schrijven ook een doodsteek gegeven.

Dat betekent dat niemand meer kennis neemt van mijn fantastische *kuch* observaties in het dagelijks leven. En dat is jammer en geheel aan mijzelf te danken.

Dus schaam ik mij diep.

Maar er is hoop! Iemand sprak mij erop aan dat ik zo'n leuke blog had...
Toen dacht ik: "O ja, weblog, iets met levenskunst."
Ik ga proberen in de komende tijd de kunst van het leven weer te ontdekken en het door middel van dit medium voor amateurschrijvers te delen met jullie.

Want het is nog steeds een kunst om te leven. Elke dag weer. Soms gaat het helemaal vanzelf, soms moet je er flink je best voor doen en komt er nog geen bal van terecht. Net als pianospelen, soms zijn je vingers koud en stijf, komt er geen fatsoenlijke noot uit je handen. Maar dan later, wellicht na een paar biertjes, stroomt je bloed wild door je aderen en sta je versteld van je eigen talent.

Tenminste, dat heb ik weleens iemand horen zeggen.

Deze dynamiek van het leven gaat weer terugkomen op levenskunst.blogspot.com. Zegt het voort!

zondag 11 november 2007

Dildo

Ik ga regelmatig met die of gene naar de bioscoop Utopolis in Zoetermeer. Nadat we de gereserveerde kaartjes hebben afgehaald is er altijd nog wel ruimte voor een diner c.q. biertje in het stadshart van Zoetermeer. Meestal wordt er dan eerst nog een geldautomaat geplunderd.
Onderweg naar de flappentap liep ik langs een internetcafé, waar je door de ruit zo op de beeldschermen van de computers kunt kijken. Het was er nu vrij leeg, maar ik kreeg ineens een flashback van een week geleden, toen ik met vriend Marijn langs deze zelfde route liep.

Een vrij stevige, zwartgeklede vrouw was daar aan het internetten, samen met een kleine man, ook in het zwart. Het viel gewoon op dat er een enorme dildo of vibrator op het scherm geprojecteerd stond. We stonden even met z'n tweeën verbaasd te kijken om vervolgens vijf minuten lang niet meer bij te komen van het lachen.
Fantastisch dat twee mensen zich niks aantrekken van hun omgeving en samen een sexspeeltje uitzoeken bij een online winkel. Hun serieuze en kritische blik als consument zal ik niet snel vergeten. Waarschijnlijk hebben zij na twee dagen levertijd veel plezier gehad samen.

Ik zal het hier verder netjes houden. Maar onwikkeleurig moet ik toch denken aan de achterliggende reden van deze gebeurtenis. Het stel heeft thuis waarschijnlijk geen internet, maar durft niet naar een openlijke sexshop om daar hun materialen te houden. En zou de man fysiek niet in staat zijn om zijn partner tevreden te stellen? Of wilden zij gewoon eens wat verder verkennen?

Terwijl ik dit schrijf hoor ik via mijn tv de bekende leus: 'In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst.'
Ik denk dat deze man en vrouw dit erg goed begrepen hebben.

Zo. Het is er weer uit. Nu eerst eens wat viagra-spam uit mijn mailbox verwijderen.

dinsdag 9 oktober 2007

SORRY

Bij gebrek aan eigen inspiratie, nog maar weer eens een gedicht. Die ik overigens groot uitgeprint in m'n kantoor heb opgehangen.

Sorry

Het moet niet
gekker worden

Maar dat wordt
het altijd wel

Sorry

Martin Bril

maandag 8 oktober 2007

In de gevangenis

Zoals veel van mijn lezers (die ik nu waarschijnlijk kwijt ben, vanwege mijn lage posting-frequentie) wel weten, werk ik bij Gevangenenzorg Nederland. Een vrijwilligersorganisatie die ik heel Nederland in gevangenissen en tbs-klinieken werkt.
Soms is het lastig om jezelf 's morgens weer te motiveren om aan het werk te gaan. Waarom zou ik deze mensen eigenlijk helpen denk ik dan. Een kerel die met zijn tengels aan kleine meisjes zat, hopelijk nooit meer vrijkomt. Of een smerige moordenaar, veelplegers, drugssmokkelaars. Toch doen deze mensen iedere dag een beroep op onze hulp.

Soms kom je iets tegen, waardoor je denkt: o ja, daarom werk ik met gevangenen. Zoals dit aangrijpende gedicht:

Ik was in de gevangenis
en jullie hebben je niet om mij bekommerd.
Ik was in de gevangenis
en jullie hebben mijn gezinsleden genegeerd.
Ik was in de gevangenis
en jullie hebben je kinderen verboden
om met mijn kinderen te spelen.
Ik was in de gevangenis
en kwam weer vrij
maar door jullie wantrouwen
begon de straf pas toen.

Dorothee Sölle

woensdag 19 september 2007

Lullo

Een groot aantal mensen in mijn omgeving is wel bekend met de humor van Jiskefet. Een serie opnamen van dit bizar grappige drietal is getiteld "De Lullo's". Fantastische corpsbalstudentenhumor.
Nu zat ik als arbeider in de stoptrein van Zoetermeer naar Gouda. Dat is zo'n tien minuten rijden en het was vol in de trein. Dus ik was blij met mijn klapstoel zitplaatsje.
Het geval wil dat er een typische lullostudent, compleet met overhemd, pantalon en laptoptas tegenover mij zat. Naast zich had hij een kansloze vriendin die alleen maar met hem mee praatte.

Het ging over zeilen. En dan niet zomaar over zeilen, nee, over écht zeilen. Het is jammer dat ik op deze blog de intonatie niet kan immiteren.
Daar zat onze gel-loze scheiding met net iets te lang gekapt haar voor mijn gevoel uren te zeiken over een zeiljacht. Hij moest niet te groot zijn, want zijn ouders hadden al een grote...bleh.

Ik voelde me het arbeidertje zonder al te veel geld. Kennelijk had hij nog niet begrepen dat je vrouwen niet echt pleziert door uren over jezelf en je zeiljacht te ouwehoeren. Ik had de indruk dat hij het leven zelf nog niet echt had begrepen. Maar gelukkig was het meisje al lang blij met de aandacht die ze kreeg. Ik kon het niet laten om hardop te zitten grinniken. Dat had de lullo natuurlijk niet door.

Na zijn zeilspeech kwam eindelijk station Gouda in zicht. En toen kwam míjn triomf moment. Ze stonden bij de verkeerde deur te wachten om uit de trein te stappen.
'Öh', zei het lullootje, 'het perron is aan de andere kant.'
'Wel symbolisch', dacht ik nog, 'in jouw leven is het perron altijd aan de andere kant.'

zondag 16 september 2007

Vestenjacht

Meestal hecht ik niet zoveel waarde aan reclamespots. Maar nu zag ik een spotje van een bepaalde kledingzaak waarin leuke vesten verkocht werden. Ik had er juist één nodig, dus ik ging op pad.
Ik loop de winkel binnen, roltrappen op, naar de herenmode. Terwijl mijn oog viel op een paar vesten, waar mijn maat uiteraard niet tussen zat, hoorde ik opgetogen stemgeluiden achter een gordijntje vandaan komen. Twee jongens in één pashokje. Oké, ik ben erg ruimdenkend dus ik besloot eens af te wachten wie er uit het hokje zouden komen.

Al snel kreeg ik door dat het twee jongens waren met 'verminderde verstandelijke vermogens'. Ze waren elkaar aan het helpen bij het uitzoeken van kleding. Ik hoor de één tegen de ander zeggen:"Welke maat had je ook alweer, dan moet je er nu ééntje kleiner hebben."
Terwijl ik een aantal vesten aan- en uittrek, past het duo ongeveer de helft van het assortiment aan. Op een gegeven moment is de conclusie:"Joh, we laten het hierbij, dan gaan we volgende week wel met Paul verder." Misschien is het een begeleider of een broer, of ook iemand die wat minder verstandelijk vermogend is. Dat soort dingen vraag ik me dan af.

Terwijl ik me omdraai zie ik een man in een rolstoel midden in het gangpad een aantal shirts passen. Zonder enige gène ontbloot hij zijn bovenlijf en laat zijn vrouw hem helpen. De mensen raken mij. Eerst al de twee jongens: ze helpen elkaar onvoorwaardelijk, kruipen daarvoor zelfs bij elkaar in het pashokje. Daarna de man in de rolstoel met zijn vrouw; ook onvoorwaardelijk met elkaar verder.

Ik denk na over wat ik gezien heb. Wanneer bemoei ik me eigenlijk op een onvoorwaardelijke manier met mensen? Mijn werk, daar krijg ik voor betaald, mijn vrienden zijn leuke mensen en kosten dus weinig moeite. Weer een keer neem ik me voor om ook weer eens om te kijken naar degene die me eigenlijk niet boeit.

O ja, ik heb een leuk vest gekocht, grijs met zwarte strepen.

donderdag 13 september 2007

Van pizza naar gekookte aardappelen met jus

Elf september is een dag die door vrijwel niemand vergeten wordt. De aanslag op de Twin Towers in New York staat nog vers in het geheugen en de chaos in de wereld is nog elke dag waar te nemen. Voor mij is 11 september nu ook een dag om nooit te vergeten. Afgelopen dinsdag ontving ik om 13.15 uur een telefoontje van Gevangenenzorg Nederland, dat ik bij hen mag komen werken voor 36 uur per week, vrijdag (morgen dus) beginnen.


Dezelfde avond mocht ik op de Christelijke Hogeschool Ede mijn diploma 'Bachelor Social Work' ondertekenen. Ik dacht dat het een groot moment zou zijn, maar eigenlijk voelde ik vrij weinig op het moment zelf. Terwijl ik toch bij mijn gevoelens zou moeten kunnen komen na vier jaar jezelf opdekop schudden. Toch ben ik er erg mee in mijn sas.


Dit alles betekent dat ik nu officieel belastingbetaler ben geworden en het is afgelopen met dat studentenleven. Geen bier meer in mijn koelkast. Geen pizza in de diepvries en oven. Voortaan iedere dag gekookte aardappelen met jus, groenten en een sappige gehaktbal. Maandag wasdag, vrijdag vis. Een abonnement op het NRC, 's zaterdags de auto (die ik hopelijk bij elkaar ga verdienen) wassen. Dus al met al staat mij het zinderende leven van Neêrlands staatsburger te wachten. En ik mag dus indirect de studiefinanciering van een aantal van mijn vrienden gaan betalen. En hun bier, voorzover ik dat al niet deed.

Maar goed, hieronder nog een keer het glorierijke moment vastgelegd. Weemoed schraapt mijn ziel, vier jaar, in een zucht voorbij...

donderdag 30 augustus 2007

Voetbal Insite

Gisteren was het voetbal. Iets met Ajax. Als ik het goed onthouden heb tegen Slavia Praag. Er wonen bij mij in huis verschillende Joden en normale mensen, zoals ik, die best van een voetbalwedstrijdje houden, maar verder liever formule 1 kijken als het erop aan komt.

Wat doe je dan bij zo'n belangrijke wedstrijd (ajax erin of eruit...): je laadt je hele huis vol met mensen, op één kamer, geeft ze bier (de vrouwen liever een rosé - bah - biertje) en hebt het gezellig.
Dat rosébier: ik snap niet wie dat heeft uitgevonden. Waarschijnlijk één of andere lutser die in een dronken bui cassis in zijn bier schonk, proefde en een gat op de markt zag. Niet aan mij besteed in ieder geval.

Maar goed, na een spannende wedstrijd (1-1 in de rust) verloor Ajax na vele kansen te hebben misgelopen of misgeschoten met 2-1. Als ik nu zou zeggen:"Dus hebben ze het niet verdiend ook." dat zou dit mijn laatste posting zijn op deze weblog, want dan werd ik gekookt, gebraden en nog gefileerd ook.

Dus werd het ongeluk weggedronken, ging gefrustreerd onze verzameling bierdopjes over de vloer, waarna er een nieuw spel ontstond. Van een afstandje zoveel mogelijk dopjes in de bloempot gooien. Doe dat maar eens na een paar pilsjes.

Goed, nadat ik twee lieve meisjes naar de trein had gebracht en ik onderdak had verschaft aan onze externe huisgenoot, werd ik vanochtend langzaam wakker uit mijn coma. Wat ik toen zag op het internet, was een mooi plaatje van Henk ten Cate met daaronder de tekst:"Ga toch krassen, dan win je nog eens wat!" Zeer humoristisch. Och, dacht ik, de UEFA beker is er ook nog. In de prullenbak zag ik een joden-clubkrantje liggen met de kop: Ajax, met stip op 1.
Haha, dus.

Nog even afsluiten met een citaat van Johan Derksen over jonge Ajax-spelers:
"Vind je het gek, dat die jongens op hun 20e al naast hun schoenen lopen! Ze verdienen salarissen; daar krijgt een paard de hik van!"

maandag 13 augustus 2007

Hechten

Soms zit het leven even niet mee. Een leuk boottochtje op de Reeuwijkse plassen veranderde in een bezoek aan het ziekenhuis. Tja, je kunt ook beter niet druipend van het water in een gladde boot lopen...

Roemenië

Goed, zoals aangekondigd: Roemenië.
Wat een fantastische reis, een fantastisch land, fantastische mensen. Roemenië, het land van tegenstellingen, arm en rijk door elkaar heen. Sommigen rijden een dikke Audi, anderen rijden paard en wagen, een enkeling gebruikt nog een ezel.

Stel je voor dat je op de 'snelweg' van Budapest in Hongarije naar Roemenië rijdt. De E60, waar alles overheen dendert. Vrachtauto's, personenvervoer, maniakken, paard en wagen en soms een kudde koeien. Dwars door dorpjes, waar kromgewerkte oudjes het verkeer gadeslaan. Bij de parkeerhavens staat regelmatig een hoertje te wachten op een vieze zweterige vrachtautochauffeur of een andere seksueel hongerige voorbijganger.

In een week tijd hebben we erg veel gezien, veel mensen gesproken, mondje Hongaars geleerd en niet te vergeten: palinka gedronken. Dat is een drankje wat door veel mensen zelf gemaakt wordt. Een ton met rottende en gistende appels, bladeren en weet ik veel wat nog meer verandert in een heerlijk drankje, wat we regelmatig dronken bij het ontbijt om eventuele bacteriën weg te branden met minimaal 60 procent alcohol.

Ik was er te kort om alles te zien, maar heb zoveel gezien wat ik hier niet kan beschrijven. Mocht je in de gelegenheid zijn, kom dan vooral eens foto's bekijken en verhalen luisteren. Om alvast een indruk te krijgen, kijk even hier:
http://www.kodakgallery.com/I.jsp?c=t5uylrg.a9ygu9o&x=0&y=bbkx7d

maandag 30 juli 2007

Vakantiepret

Wat was het toch rustig de afgelopen weken op levenskunst.blogspot.commercieel!
Ik dacht er even niet meer aan om mijn ervaringen die ik als levenskunst zie te delen aan de lezers van deze blog. Die lezers zullen inmiddels massaal afgehaakt zijn, maar mond op mond reclame brengt hen wel weer terug.

De afgelopen weken heb ik intens genoten van het leven. Een weekendje Zeeland, wat een weekje werd. Strand, zon, verbranden, boekje lezen, op een échte piano spelen, leuke mensen ontmoeten. En bier drinken. Dat heb ik wel veel gedaan. Terug in Gouda is het hier iedere avond feest, komen mensen op bezoek om te pokeren, ons bier op te drinken en onze wijn achterover te slaan. Het dag en nachtritme is hierdoor wel wat opgeschoven, ik maak de ochtend meestal maar kort mee. Dat is niet erg, het hoort bij de vakantie.

In september begint het werkende leven voor me. Naar alle waarschijnlijkheid heb ik een baan bij Gevangenenzorg, mijn oude stageadres. Dat is natuurlijk goed nieuws. Kan ik eindelijk mijn rijbewijs halen, nieuw keyboard of synthesyzer kopen en wellicht een autootje aanschaffen.
Toekomstmuziek.

En wat doen we zoal meer? Bijvoorbeeld de deur dichtbouwen met ongeveer alles wat in de keuken staat. De deur van onze Huisfries. Niet overdag, maar midden in de nacht. En dan wachten of hij het leuk vindt. Maar hij vond het helemaal niet leuk, dus is het nog een beetje oorlog. De vrede wacht geduldig, geen punt. De vrede wacht altijd ergens, tot het kruit verschoten is.

En dan deze week voor een tijdje naar Roemenië. Daar heb ik veel zin in en zo zal het gebeuren dat ik daarna wel weer eens wat verhaaltjes ga schrijven.
Gegroet en veel vakantieplezier.

dinsdag 3 juli 2007

Piano

Een van de meest dierbare dingen in mijn leven is de muziek. Er zijn veel soorten muziek te beluisteren op deze wereld. In iedere vorm van muziek kan ik meestal wel enige charme ontdekken. Daarnaast mag ik zelf ook graag wat muziek maken.
Muziek maken en luisteren zijn trouwens twee dingen. Sommige muziek kan ik niet lang aanhoren, zoals praise, terwijl het zelf spelen van deze muziek met mijn band Released prachtig is. Elkaar ontmoeten in de muziek is iets wat je mee moet maken om het te begrijpen.

Ik had mijn keyboard al een tijdje in de hoes zitten. Na de bandoefening had ik hem er al twee weken niet echt meer uitgehaald. Rustig voor mijn huisgenoten, maar niet bevordelijk voor de rust in mijn hoofd. Afgelopen zaterdag heb ik de piano echter weer in ere hersteld.
En dan is het alsof er twee zielen samensmelten. Ik geloof heilig dat het muziekinstrument ook een ziel heeft.

Ik doe in ieder geval alsof.

Alles wat ik te doen had die dag moest plaats maken voor mijn pianospel. Uren en uren heb ik zitten spelen. De nacht vloog voorbij. Af en toe kroop ik even met de koptelefoon achter mijn computer om mooie muziek te luisteren. Daarna haastte ik mij weer terug naar de hoek waar mijn keyboard stond opgesteld.
Voor ik er goed en wel erg in had was het half zes in de ochtend. De vogels floten een lied wat ik onmogelijk zou kunnen naspelen. Na mezelf nog een wijntje te hebben ingeschonken en een meditatief moment genomen te hebben kroop ik tussen de lakens. Ik kon ineens slapen, mijn hoofd was leeg, er waren geen gedachten. Alleen gevoelens van tevredenheid.
Ik heb de nacht van mijn leven gehad.

Ik weet zeker dat mijn piano dat ook dacht. Ik heb een fijne relatie met mijn piano. Zij zal nooit iets zeggen, maar geeft alleen terug wat ik erin stop.
Een klankbord, letterlijk.

vrijdag 15 juni 2007

Twee ouwe wijven

Het is donderdagmiddag en bloedheet. De zon schijnt flink achter de wolken en die combinatie maakt het drukkend warm. Terwijl ik mijn fiets zoek tussen al het oud ijzer wat bij het station geparkeerd staat, vraag ik me af waarom ik mijn jas nog aan heb.
Er is duidelijk onweer op komst. De vraag is alleen hoelang het nog op zich zal laten wachten.

Ik vind mijn fiets, hang de tas om het stuur en besluit mijn jas aan te houden. Ja, waar moet ik hem anders laten? Dan maar even zweten. Als ik weg wil fietsen valt mijn oog op twee dames die een paar meter verderop staan. Hun verschijning raakt me als een steek in mijn hart.

Soms heb ik dat bij mensen.

Dames is wel een heel nette omschrijving voor dit tweetal. Twee ouwe wijven zijn het, overduidelijk zussen. Ze zijn dik en behoorlijk ook. Het vette, halfgrijze haar hangt in vieze sliertjes naar beneden. Wat vormeloze shirts en broeken kleden het verder af. Wat me juist opvalt zijn de ontblote armen. Bij beide vrouwen.

De armen zitten bij beide vrouwen vol littekens. Als ik goed kijk zie ik schrammen, die door automutilatie zijn toegebracht. Ook zijn er verschillende sigarettenpeuken op uitgedrukt. Kennelijk hadden zij lichamelijke pijn nodig om psychische pijn weg te drukken. Misschien deden ze het wel bij elkaar. Eén van de wijven zegt tegen de andere:"En nou mot ik een peuk anders ga ik dood." Na veel getril is de sigaret eindelijk aan.

De sigaret blij.

Het is drukkend warm, maar ik voel een rilling over mijn rug lopen. Ik vraag me af waarom mensen in vredesnaam zo moeten leven. Ik slaak een zucht richting de wolken. Aan de de onweerslucht te zien, zal het niet lang meer duren voordat er respons komt.

Ik wacht het niet af en stap op mijn fiets. Ik kan het niet laten om in het voorbijrijden nog één keer te kijken. Eén van de vrouwen moppert over iets, 'kut-dit' en 'kut-dat'. De sigaret is bijna op zie ik. Als ik weg rijd bid ik dat ze hem uitdrukt op de grond en niet op zichzelf.
De peuk valt met een boog op de grond. Terwijl ik het station achter me laat, geef ik even een knipoog naar het dreigende onweer. Laat het nu maar komen.

maandag 11 juni 2007

(levens)kunstaardewerk

Het huis waarin ik woon staat in één van de oudste wijken van de stad Gouda. Aan de rand van de binnenstad, langs de Gouwe is daar de straat die 'Vest' heet. Er staan nog een aantal muurhuizen, vandaar de naam Vest, waarschijnlijk vormde deze straat ooit een strategische plek in de verdediging van de binnenstad.Een aantal panden is goed onderhouden en wordt bewoond door keurige mensen, die overigens veelal uit de staatsruif eten.

Naast ons studentenpand staat een klein huisje, wat er slecht onderhouden uit ziet. Nummer 81.Ooit is het door iemand wit geverfd, maar de verf is er door de jaren heen weer afgebladderd. Het doet nogal onbewoond en verlaten aan. Boven de deur hangt een bordje, met roestige schroeven vastgezet:

Kunstaardewerkfabriek
"Unicum"

De 'k' van fabriek is weggevallen door ouderdom. Een aantal keer per week komt er een oude man op een scooter, die in dit oude huisje moet zijn. Een prachtige verschijning: een oude man, met een vooroorlogse pothelm op zijn hoofd.
Het sluike, vette grijze haar hangt er in sliertjes onderuit. Hoe warm het ook is, altijd een dikke jas aan. De deur gaat open, de opvallend moderne scooter wordt veilig binnen gezet. En de helm blijft op totdat hij binnen is. Hij schijnt er kleine beeldjes van het stadhuis van Gouda te maken, liet ik me vertellen.

Onlangs zat ik in een raamkozijn met een kop koffie en toen kwam de man weer. Deurtje open, scooter erin, deurtje dicht. En op slot. Een paar tellen later gaat het deurtje weer open en zie ik de man, zónder helm, naar buiten komen. Leuk, ik kijk boven op zijn hoofd en zie dat hij al een beetje kaal begint te worden. Dat zie ik nu voor het eerst. Ik zie de man rondscharrelen op de Vest en even later komt hij terug om iets te halen.
Als de deur voor de tweede keer open gaat, komt de man nota bene zonder jas naar buiten. Ik kijk mijn ogen uit. Een smoezelig overhemd met dunnen witte bretels wordt zichtbaar. De man duwt een oude kinderwagen, waarin een houten bak is gemonteerd, voor zich uit.

Grote spaakwielen en een hoog handvat.

Aan het eind van de Vest staat een witte houten plaat bij het grofvuil. Voor de man is het echter niet waardeloos het geheel wordt teder in het vervallen karretje gelegd.
Dan gaat de deur weer dicht. Nu voorgoed. Ik loop weg en hoor tien minuten later de scooter soepel starten. Ik haast mij naar het raam en zie de man met een brede glimlach wegrijden. De werkdag van de man zit er weer op en daar geniet hij zichtbaar van.

'Dit is nu levenskunst', denk ik nog, terwijl de man allang uit het zicht verdwenen is.

vrijdag 8 juni 2007

Over de onkunde van het leven

Mijn blog is getiteld:'Een weblog over de kunst en onkunde van het leven.'
In de afgelopen maanden heb ik vooral geschreven over de levenskunst. Er zijn zoveel mooie dingen te zien in het leven, vaak zijn het kleine dingen. Daar moet je oog voor hebben en toevallig heb ik dat.

Maar wat gebeurde mij de afgelopen twee weken? Ik hoorde, zag, proefde, rook en voelde weinig meer. In mijn hoofd was het een chaos, wanneer ik mijn ogen dichtdeed begon het te flitsen en 's nachts droomde ik veel. De werkdruk van een afstudeerproject binnen TBS nam toe en op de één of andere manier kon ik het niet opbrengen om een stukje te schrijven, of andersmans beschouwingen te lezen. Noem het lusteloosheid, terwijl je in drukte verkeert.

Toch heb ik in de afgelopen tijd ontzettend leuke dingen meegemaakt. Ik kan daar noemen: een prachtige filmavond bij Pirates of the Caribean 3, een geslaagd optreden in de kerk, een flinke afterparty daarna en 's ochtends wakker worden tussen twee blonde dames. Alleen wakker worden, verder niks...

Maar goed, ik heb weer wat geleerd.

Ik heb dus rust nodig om de levenskunst te ontdekken en te beschrijven. Terwijl sommigen juist aarden in chaos en drukte, zorgt dit bij mij voor verwarring. Zorgt dit voor onkunde in mijn leven. Dan ervaar ik weinig meer, omdat ik word overspoeld door indrukken, verlam ik.
Zou ik dan toch een high sensitive person zijn?

Ik weet het niet en het is ook niet zo belangrijk. Ik zet lekker jazz-muziek op en ga straks weer met een opgeruimd hoofd de straat op om te kijken wie er loopt en wat hij of zij doet.
Dan horen jullie dat wel weer.

zaterdag 26 mei 2007

De man en zijn wind

Na het lezen van 'de plassende man' denk je bij bovenstaande kop misschien:'Gaat deze weblog de poep en plasfase in?' Zo is het niet. Hoewel het niet gek zou zijn daarover eens wat vaker te schrijven. Wij zijn immers allen per dag enkele tot vele minuten met dit onderwerp bezig!
Terug naar mijn onderwerp.

Ik was in een winkel vol huishoudelijke artikelen een nieuw bestek aan het uitzoeken. De oude messen hadden het begeven en er moest maar eens een mooi glimmend eetgerei op tafel komen. Terwijl ik op mijn hurken zit en kijk en vergelijk hoor ik links van mij een vrij harde wind.

Een scheet.

Die heb je in allerlei soorten en maten. Sommigen gaan als een zucht, andere knetteren. Dit was er één die al lange tijd had gewacht tot de kringspier zich zou openen. In de laatste categorie, dus luid hoorbaar.
Ik kijk naar links en zie een oude man die zich strekt om een waterkoker van een schap te pakken. Het rekken was voor de wind reden genoeg om even tegen de kringspier te duwen en zo te ontsnappen. Bij het zien en horen van deze situatie zit ik hardop te lachen. Verder zijn er geen klanten in de buurt, dus ik kan geen reacties peilen van anderen.

Terwijl ik de man eens nader observeer valt me op dat hij absoluut geen aandacht besteedt aan zijn ontsnapte lucht. De waterkoker is veel boeiender. Hij staat daar prachtig, de oude man. In een grijze, smoezelige slobberbroek en een veel te ruim vest. Zorgen maken over wat zijn omgeving van hem denkt doet hij allang niet meer.
Waarschijnlijk heeft hij zich er al bij neergelegd dat hij maar 'beperkt houdbaar' is. Het enige wat telt is de waterkoker die hij gaat aanschaffen voor zijn vrouw of dochter.

Ik heb weer een les geleerd vandaag.

Terwijl ik opsta laat ik een wind. Dat heb ik weleens beter gedaan bedenk ik me. Op deze manier is er niemand die het hoort. En dat is dan weer jammer.

dinsdag 22 mei 2007

De kunst van het liefhebben

Vanwege mijn status als student, reis ik bijna dagelijks met de trein. Dit levert met enige regelmaat prachtige situaties op. Vandaag zat ik in een dubbeldekker. Na een tijdje reizen met medestudenten, verlieten zij in Utrecht de trein en bleef ik alleen achter in de coupé.
Van bovenaf had ik een mooi zicht op het perron. Allerlei mensen spoeden zich haastig van de ene kant naar de andere kant van het station. Anderen stonden rustig in een hoek een broodje op te peuzelen of lazen een gratis krantje.

De trein stond al vier minuten stil en toen viel mijn blik op een jongeman met een wat donkere, maar westerse uitstraling. Hij stond precies tegenover mij en keek naar binnen. De man had alle aandacht voor iemand die onder mij zat en maakte verliefde gebaren door het raam. Ongetwijfeld werden deze gebaren beantwoord, want ik zag de man stralen.

Prachtig.

De liefde. Ik moet er niet zo veel van hebben. Hecht te veel aan mijn vrijheid. 'Het overkomt je', zeggen mensen om mij heen vaak goed bedoeld. Alleen, wat is het toch heerlijk om 's avonds in mijn eigen leefruimte thuis te komen, te koken wat ik wil, te gaan slapen wanneer ik wil en de tv-programma's te kijken die ík wil zien. Als je een relatie hebt lees je hunkerend verder. De liefde benauwd, klemt en schrikt af.

'Wanneer zie ik je weer?', gebaart de jongeman. En plotseling overvalt mij een jaloersheid. Zou ik wel in zijn schoenen willen staan. Mijn liefste uitzwaaien. Verward kijk ik even de andere kant op.

De fluit.

De jongeman loopt alvast in de rijrichting. De trein komt nog één keer langs, hij zwaait bij precies het goede raam onder mij naar zijn liefste. Onzichtbaar zwaai ik terug.
Dan sta ik op en loop een aantal coupés naar achteren. Onderweg kom ik drie windjackgezinnen met kind (en waarschijnlijk hond) tegen.
Na dit beeld weet ik het weer: straks ga ik lekker míjn tv-programma kijken.

zaterdag 19 mei 2007

De plassende man

Op de één of andere manier wist ik dat er iets ging gebeuren. Ik had een onbestemd, onrustig en opwindend gevoel in mijn buik. Ik zou weer iets noemenswaardig meemaken. Vol verwachting ging ik op pad. Het was tien voor half drie in de nacht en ik had zojuist een paar uur een goed gesprek gevoerd met een vriend.

Ook dat is noemenswaardig.

Vanuit Waddinxveen fiets ik terug naar Gouda, zo'n twintig minuten trappen. Na vijf minuten kom ik aan bij de Coenecoopbrug, waar ik mijn fiets omhoog moet duwen langs de trap. In zo'n geultje, wat erg glad wordt als het regent. Gelukkig is het droog.
Ik rem af en zie een man van een jaar of dertig staan. Hij was helemaal in het wit gekleed. In vol ornaat stond hij voor de trap en toen ik goed keek, zag ik dat hij aan het plassen was. Ik hield me stil en stond hem glimlachend aan te kijken. Zichtbaar betrapt perst de man zijn laatste straaltjes uit - de laatste druppels gaan altijd met horten en stoten.

Wegwezen.

Binnen notime springt de man op zijn fiets en is verdwenen. Het voorval was te kort om een paar woorden te wisselen. Met een brede glimlach duw ik mijn fiets langs de trap naar boven. Dit was het dus. Zo'n geluksmoment waarover ik al een voorgevoel had.

Even heb ik de neiging om ook mijn blaas in het openbaar te ledigen, maar ik beheers me en stap op de fiets. Nog even kijk ik uit over de rivier. Dan duwt de wind me in de rug en ik weet dat het tijd is om te gaan.

zaterdag 12 mei 2007

Filmkunst in de regen

Soms waan ik mij in een film. Ik houd ervan om soms mijn leven en alles wat er op dat moment gebeurt te romantiseren als ware het een film of zo je wilt een goed boek. Vooral wanneer het hard regent, het donker is op straat en er weinig mensen actief zijn. Slechts af en toe schimt er iemand met zijn kraag hoog op langs de eeuwenoude gevels.

Vrijdag laat in de avond was het weer zover. Het regende pijpenstelen. Ik pakte mijn grootste paraplu, trok een jasje aan, stak een dikke - maar goedkope - sigaar op en vertrok richting de Hollandsche IJssel. Er lag een groot schip aangemeerd, de J. Henry Dunant van het Rode Kruis. Op de bovenste etage zag ik zo'n veertig mensen gezellig bij elkaar zitten. Eén hield een speech, fototoestellen flitsten dat het een lieve lust was. Ik stond op een muurtje met de paraplu boven mijn hoofd. Iedereen kon mij zien.

Niemand keek.

Mijn hoofd leunde tegen de koele steel van de plu. Ik nam een flinke teug van mijn sigaar. Getver, goedkoop rotding. Maar wel lekker decadent en dat maakte hem weer heerlijk. Na een tijdje besloot ik richting de Oosthaven te lopen. Ik stak de weg kruislings over, dwars door alle lijnen en stoplichten. Het begon harder te regenen. Mooi zo.
De straat glom in het licht van de lantaarns. Prachtig mysterieus. Halverwege de Oosthaven liep ik een trapje af naar een vlonder waar in de zomer fluisterbootjes verhuurd worden. Nu stond ik dicht bij het water, waar de regen in plensde. Ik kon zo onder een aantal hoge bruggen doorkijken. Schitterend perspectief voor mijn film. De paraplu was nu op straathoogte. Roerloos stond ik hier tien minuten, af en toe lurkend aan mijn sigaar. Toen had ik het wel gezien. Bovendien begon ik het koud te krijgen.

Ik ging een mooi plekje voor mijn stompje sigaar zoeken. Het moest niet zomaar een plekje zijn, maar een stukje waarop mijn sigaar mooi en langzaam zou uitdoven, niet in een plas. Ik liep richting huis, langs een aantal cafétjes waar de laatste gasten hun bier of whiskey dronken.

Daar liep ik dan.

Mijn paraplu had inmiddels al veel water op zich gekregen. Ik schudde hem eens af. Het schudden gaf één warme harde klik, waarna je een regen van druppels op de straat hoorde kletsen. Een zelfvoldaan geluid wat de paruplu zeker zou plezieren.
Ik vond zo snel geen sterfbed voor mijn sigaar. Nu stond ik voor de molen bij mijn huis, het water van de Gouwe zo'n zeven meter van mij af. Ik gooide de sigaar richting het water. Eén meter van de kant bleef hij liggen, op een redelijk droge plek. Hier zou hij langzaam uitdoven. Ik keek nog één keer naar het smeulend hoopje tabak. De film was voorbij.

Tijd voor de aftiteling.

vrijdag 11 mei 2007

Pratende mannen en de afschaffing van de mens

Op een rustig moment van de dag, liep ik wat rond in huis. Gelukkig woon ik in een groot huis, dus kan je een beetje rondkuieren. Er waren geen andere mensen aanwezig, dus ik kon overal eens rustig ijsberen. Dat moest ook wel, want ik was aan het filosoferen over een ding. Wat dat precies was, weet ik niet meer. Het had te maken met de afschaffing van de mens. Dat de mens steeds meer de macht krijgt over de natuur totdat het de macht heeft gekregen over het fenomeen 'mens' en dat de mensheid zichzelf dan heeft uitgeschakeld. Zichzelf heeft afgeschaft, overbodig gemaakt, alle waarden overboord gekieperd had. Heb ik niet allemaal van mezelf, maar ooit meegekregen van C.S. Lewis. Ik zou zijn boek weer eens moeten lezen.

Afijn, ik was dus aan het ijsberen en ik stond op de eerste etage voor een groot raam naar buiten te staren. Mijn oog viel op drie mannen. Drie pratende mannen. Ze leken van Turkse komaf. Een dikke man in een geel pakjasje voerde het hoogste woord. Heftig gebarend vertelde hij zijn verhaal. De andere twee mannen - één tenger figuur met een lullig brilletje en een man met een beginnend buikje - hingen aan zijn lippen. Onwillekeurig dacht ik dat ze dit speelden. Het leek me helemaal niet boeiend wat die grote dikke te vertellen had. Maar dat zie je vaker bij grote dikken, ze weten vaak de aandacht op zich te vestigen. Eindelijk was de beurt aan de man met het beginnende buikje. Hij reageerde op wat de grote dikke had verteld.

Ik verstond er geen woord van.

Fascinerend was het wel.

Zo ging het nog tien minuten door. Ik stond daar maar voor het raam en wist nog steeds niet waar het gesprek over ging. Het leek een fel debat over waarden, normen en hoe het er hier in de buurt aan toe ging. Ik voelde me op autistische wijze aanwezig bij hun conversatie: ik keek naar het leven, maar begreep het niet. Eindelijk waren de tien minuten op en de grote dikke wees resoluut op zijn zakhorloge. Het was tijd. Ze moesten weer verder.
Jammer, ik genoot van het schouwspel. Maar ik wist genoeg: de mens had zichzelf nog niet afgeschaft.

Nog lang niet.

maandag 7 mei 2007

Dodenherdenking

Vier mei, dodenherdenking. Ieder jaar weer het herdenken van de doden. Ik heb goede herinneringen aan de verschillende dodenherdenkingen die ik heb meegemaakt. Heel vroeger ging ik met mijn vader mee naar het monument bij het NS Station in Waddinxveen. Wat daar gezegd werd, weet ik niet meer, maar plechtig was het wel. En stiekem moest ik dan altijd denken aan de plaatjes die ik altijd keek in de boeken over de tweede wereldoorlog bij ons in de boekenkast. De trein achter ons stond dan twee minuten stil. Het was zo'n oude hondekop, zo'n boemeltrein, weet ik nog.

We zijn jaren verder.

Afgelopen vrijdag zat ik zelf in de trein. Om twee minuten voor acht uur, ik zweefde ergens tussen Amersfoort en Utrecht, kraakte de conducteur door de intercom dat de trein over enkele ogenblikken twee minuten stil zou staan in verband met dodenherdenking.
Ik keek de coupé eens rond. Dit waren dan de mensen met wie ik de vele doden uit het verleden zou gaan herdenken. Tegenover mij zat een oudere vrouw, die schouderophalend het bericht aanhoorde. Ze deed voorkomen alsof het haar niets deed. Ik geloofde er niets van.
Aan de andere kant van het gangpad zette een meisje haar telefoon uit. Die had het begrepen, dacht ik nog. Al spoedig remde de trein af. Het was zo'n intercity in de kleuren oranje en bruin. Een rustgevende omgeving vond ik. Bij een oud en verlaten station kwamen we tot stilstand. Op een vaal bord stond te lezen dat dit station 'Soestduinen' heet.

Stilte.

Mijn gedachten dwaalden af naar de foto's uit het boek. Maar ook naar de beelden van Schindler's List, de film die ik de avond ervoor nog had gezien. Indrukwekkend hoe daarin de schoorsteen van het kamp Auswitch-Birkenau werd getoond. Voor velen de enige weg om het kamp weer te verlaten.
Een aantal jaar geleden was ik met mijn ouders en broertje in Normandië. De stranden, de bunkers en niet te vergeten de duizenden graven. Canadezen, Amerikanen, Britten en Duitsers. Ik heb me eens laten vertellen dat in het dierenrijk dieren van dezelfde soort elkaar zelden doden. Wij mensen doen niet anders. Dat werd daar zichtbaar.

Dodenherdenking, vele gedichten, toespraken, maar wat helpt het?

Dodenherdenking op station Soestduinen, het levert mij meer vragen op, dan dat het me antwoorden geeft. Gelukkig zijn de twee minuten al snel voorbij.
Opluchting alom in de coupé. Gelukkig, de trein rijdt weer.

vrijdag 27 april 2007

Vriendschap in Broers

In Utrecht staat het stadscafé Broers. In dit café kan de bezoeker kiezen uit drie ruimtes. Twee caféruimtes en een restaurantgedeelte. En in de zomer nog een terras, waar dan de vele fietsers, auto's en stadsbussen zich voor je langs persen op de straat tussen Broers en de Janskerk.
Een kleine twee jaar geleden kwam ik er voor het eerst. Met een aantal vrienden spraken we af en het werd café Broers. Sindsdien is het ons stamcafé. Broers heeft iets wat trekt, lekkere stoelen (met zachte lederen zitting, in plaats van harde cafékrukken), mooie kleine tafeltjes en een marmeren dambordvloer. Het zit er altijd vol.

Donderdagavond was het weer tijd om naar Broers te gaan. Voor het drinken van bier is het noodzakelijk om een goede bodem in de maag te leggen. Vandaar dat de voorraden van een zekere McDonalds door ons werden aangesproken.
Na een Big Mac, een Mc Chicken en als afsluiter een Quarterpounder werd het tijd voor koffie. Het is werkelijk ten hemel schreiend wanneer je in Broers koffie bestelt. De smaak is goed, alleen het is zo snel voorbij. Het lukte me om de koffie te verdelen in drie slokken. En dan hield ik me nog in. O ja, en we kregen er een lekkere stroopwafel bij. Van twee en een halve centimeter doorsnee.

Tijd voor bier.

Witbier, met zo'n citroentje, die op de bodem blijft plakken als je pech hebt. Het eerste biertje ging erin als koek. Sigaar erbij besteld. Heerlijk. Toen werd het tijd om te wachten. Op de verschillende serveersters. Het systeem van Broers heb ik nog nooit begrepen. Alle bestellingen worden op een zakcomputertje ingevoerd, waarna je minimaal tien minuten moet wachten op je drankje. Heb je die vanwege de dorst in twee minuten op, dan moet je minstens twintig minuten kijken, zwaaien of fluiten voordat er iemand bereid is naar je te luisteren.
Daarom begrijp ik niet waarom wij nog naar Broers gaan. Kennelijk wegen de voordelen op tegen de nadelen en is de aantrekkingskracht van het café echt magisch.

Intussen hebben wij mooi gesproken over een wereld die klote is, dat we nooit meer terug gaan naar dat dorp waar we vandaan komen. Dat alle mensen die daar blijven plakken achterlijk en naïef zijn. Dat Youp van 't Hek, Bert Visser en Kees Torn helemaal geweldig zijn. Dat het zo goed is om vrienden te zijn. En de belangrijkste conclusie: dat we niet pretenderen dat wij de waarheid (wat die ook maar moge zijn) kennen.
Maar dat wij wel gelijk hebben. En dat is zo.

maandag 23 april 2007

Schoonmaakkunst

Het is weer maandag. Dat betekent een begin van de week. De werkweek welteverstaan. Na ruim vier uur slaap werd ik wakker door een zekere warmte en benauwheid. Kan met bier en sigaren te maken hebben. Om acht uur ging de telefoon, alwaar een kersvers nichtje zich meldde. Nieuw leven is een feit. Marriëtte: welkom!

Nu naar m'n punt.

Als een onzichtbare vlaag stroomde de schoonmaakdrift door het huis. Daar geef je als student niet direct aan toe. Je denkt:'Dat gaat wel weer over.'
Toch was het dit keer niet het geval. Mijn buurman, de bourgondiër, had woeste schoonmaakplannen. Hij ging daarin zo ver, dat ik me bedacht dat er voor mij ook geen gegronde redenen meer in de weg stonden om de doek te hanteren.
Ik begon met de vloer. Niet handig zou je denken, hoewel dit met vooropgezet doel was: het gaf mij de mogelijkheid om tenminste 10 minuten in de keuken koffie te drinken totdat de vloer droog was. Ik 'kon' immers intussen niks doen.
Daarna een stapel administratieve rompslomp weggewerkt.
Nu schrijf ik met een zonnebril op dit bericht. Zonder zonnebril in mijn kamer verblijven is een pest voor het oog, alles straalt en glimt. Zolang het duurt.
Ik geniet er nu maar van, want ik weet: morgen is vandaag gisteren.

zondag 22 april 2007

Vijf minuten oogcontact

Ze keek me aan met heldere, blauwe ogen. Als je goed keek was er aan de binnenkant van de iris, rondom de pupil, ook nog wat bruin pigment te zien. Prachtig waren ze!
Ik nam de tijd om terug te kijken. Gewoon kijken, verder niets.
De mooie ogen werden krachtiger gemaakt door subtiele make-up. Oogschaduw, mascara of hoe het ook maar moge heten. Ik kwam er niet onderuit, onder die blik. Laat ik het niet ontkennen, deze vrouw had mij in de greep. Het is alweer een tijdje geleden dat ik me had voorgenomen om dat nooit meer te laten gebeuren. Hierbij ging dit voornemen in rook op.

Maar goed ook misschien.

Mijn ogen maakten zich los van de hare en dwaalden af naar de wenkbrauwen. Hier en daar wat geëpileerd, maar toch voor een groot deel intact gelaten.
Ze schenen me wat katachtig toe.

Twee prachtige volle lippen schreeuwden om mijn aandacht. Dat kwam goed uit, ik had haar ogen nu wel gezien. Botox misschien? Ik weet het niet, doet er ook niet toe. Ik zou ze best willen kussen, maar dat ging niet. Het lukte me niet om dichterbij te komen. Bovendien zou ik dan best eens ruzie kunnen krijgen met haar man, die ik bewonder om zijn acteerprestaties. Daarnaast weet ik vrijwel zeker dat zijn gespierde knuistjes mijn gezicht in een paar seconden kunnen verbouwen tot iets waar ik niet achter zou staan.

Nog even keek ik haar aan. Haar ogen en mond werden aangekleed door een schitterende zuivere huid. Ik vroeg mij af hoe dat toch mogelijk was.
Ik kon alleen haar gezicht zien, een hand, waar haar kin op rust en een paar haarlokken. Onbewegelijk bleef ze me maar aanstaren.
Ik begon te bedenken welke dingen ik allemaal met haar zou kunnen doen. Veel verder dan 'uit eten' kwam ik niet. In een onbewaakt ogenblik maakte mijn rechter wijsvinger een spastische beweging.

KLIK... en weg was ze.

Wat achterbleef was de herinnering en de spijt.

zaterdag 21 april 2007

Wachtkunst

Bij de bushalte stonden twee mensen. Op een houten bankje verderop zaten islamitische vrouwen, in het zwart gehuld, alleen een stukje gezicht was zichtbaar.
In de stationskiosk bevonden zich twee jonge dames, die elke vijftien seconden naar buiten keken of de bus er soms aan kwam.
Het was kwart vóór en de bus zou om .57 komen. Dat betekende een klein kwartier wachten.
Bij de bushalte stonden twee mensen. Een meisje van een jaar of 18, paars haar, te dik, norse uitstraling en met een sigaret. Daarnaast stond een jongeman met een groen jasje.
Beiden hadden duidelijk geen trek in een kwartiertje wachten.

Toch zou het moeten.

De man in het groene jasje keek eens naar rechts, naar het paarskleurige meisje. Ze leek overduidelijk niet tevreden met zichzich. Ze had een ingezakte houding, dat hielp haar ook niet echt. Na vijf seconden was de man uitgekeken. Hij gaapte, het wachten was niet erg interessant.
Het werd gelukkig al .57. De bus zou nu snel komen.
Alle blikken werden gericht op de straat om de hoek. Ineens zou de bus als een bevrijding de hoek om draaien, de motor zou luid ronken, de verlichting vrolijk branden, de deur zou open gaan en een vrolijke buschauffeur zou je hartelijk goedemiddag heten.
.58
.59
.00
.01

Geen bus te zien. De vrolijke chauffeur was ook een mythe.
De man in het groene jasje begon binnensmonds te praten. Hij zei iets over het wachten, de waardeloze bussen en had hij maar een auto. Dan stond hij hier niet zo kansloos te staren.
Toen viel zijn blik op de sigaret van het meisje. Wat had hij opeens zin in een sigaret.

Niet aan denken.

.06
.07 Geen bus.

Sigaret. Sigaret. Weldra hoor ik hem zeggen in de kiosk:
"Doet u mij één pakje Marlboro light. Nee, aansteker heb ik al. Dank je."
De man in het groene jasje steekt zijn sigaret op. Stom! Nu al had hij er spijt van. Maar het was zo lekker om even een hijs te kunnen nemen aan de sigaret. Het genot straalde van zijn gezicht.

.13
De sigaret is op. Nog steeds geen bus. Toch zou hij komen, daar waren de wachtenden vast van overtuigd. De meisjes in de kiosk keken steeds vaker uit het raam.
De spanning bouwde zich op.
Het wachten was niet tevergeefs. Daar kwam de bus, sierlijk draaide hij de hoek om.
De meisjes kwamen opgetogen de kiosk uit lopen, de wachtenden slaakten een zucht van verlichting. Een norse chauffeur mompelde iets van:"Ik stond helemaal vast en loop maar door."
Het was .14 en de man in het groene jasje stapte in. De bushalte achterlatend bij zijn smeulende peuk.

donderdag 19 april 2007

Levenskunst in de ochtend

Het is nog vroeg in de ochtend, wanneer ik besluit een jasje over mijn overhemd aan te trekken. Buiten schijnt de zon, maar dat is bedriegelijk. Het is wel degelijk fris.
Ik trek de deur achter me dicht en snuif de frisse ochtend op.

Ik hoef niet lang te kiezen in welke richting ik zal gaan. Het wordt links. Ik zit vrij krap bij kas, dus dat komt goed uit.
Nu loop ik tegen de zon in, maar ik heb een zonnebril, dus hij doet me niks. In matig tempo loop ik richting de oude haven, langs de sluis, onder het wegdek door, trapje op en zie daar: de Hollandsche IJssel.

Uit de zak van mijn jasje haal ik een klein doosje, ik kies een staafje en steek hem in de brand. Weldra bezwangerd de aroma de lucht om mij heen. Heerlijk slecht.
Een groot passagiersschip meert aan. Heidelberg, staat er met grote rode letters op. De mensen op het schip verlaten in groepjes van zo'n twintig man het vaartuig. Onder leiding van een gids kruipt een lint van oude mensen met stokken en klik-zonnebrillen de oude binnenstad in.

Na vijf minuten komt een nieuwsgierige hond even bij me kijken. Ik vind het prima. Hij gaat voor me staan alsof hij me wil beschermen. Waarom zou hij dat willen, zonder me te kennen? Onder het wegdek klinkt regelmatig getik van krukken en het baasje komt tevoorschijn. Snel loopt de hond weg, alsof hij zich schaamt voor z'n kreupele baasje.
Ik groet het baasje, waarna die het verbaasd uitroept:"Heidelberg!"
"Ja", zeg ik. Meer kan ik er niet uit krijgen.

Een vlaag koude wind wappert door m'n haren, die inmiddels wat langer worden. Wat leuk dat ze kunnen wapperen, denk ik terwijl ik even glimlach naar de zon.
Het is nog flink koud, mooi dat ik m'n jasje heb aangedaan.

Het is tijd om op te stappen. Door de stille straten maak ik nog even een ommetje. Ik haal de engels sprekende toeristen in. Vol ontzag kijken zij naar de oude gevels, waar ik inmiddels geen oog meer voor heb. Een klein busje verscheurt de stilte in de Korte Noodgodstraat. Nog even en ik ben thuis.
De dag is nog lang. Ik zie er tegenop. Geef mij de avond maar. Heerlijk wegdromen in een luie stoel, terwijl de duister alle lelijks vervaagt. Zover is het nog niet.
Nog één keer kijk ik achterom voordat de deur achter mij in het slot valt. De dag is onherroepelijk begonnen.

vrijdag 13 april 2007

Kunst in een dubbeldekker

Ik was op reis en ik moest overstappen in Utrecht. Nadat ik het juiste perron had opgezocht kwam daar al snel de trein. Het was een dubbeldekker.
Daar was het eerste dillemma: ga ik boven of ga ik beneden zitten?
Het werd de onderverdieping.
Zittend in de coupé vallen drie dingen op. Links van mij zit een donkere man van zo'n 25 jaar met een boek voor zich. Hij stopt zijn vingers in zijn oren en begint zachtjes een melodie en ritme te neurieën. Ik kijk eens beter en zie dat hij een muziektheorieboek voor zich heeft liggen met kleine stukjes bladmuziek erin. Conservatoriumstudent.

Dwars door het nauwelijks hoorbare geneurie klinkt opeens het klagelijke gemiauw van een kat. Veertien keer achter elkaar hoor ik het beestje roepen om zijn vrijheid. Wanneer de trein begint te rijden hoor ik poeslief niet meer. Waarschijnlijk begreep het beest inmiddels dat het nutteloos was om verder te klagen.

De trein rijdt inmiddels met een flinke vaart Utrecht uit en ik durf het aan om de jonge vrouw tegenover mij eens aan te kijken. Ik zie een lief gezichtje, beetje naïeve en onschuldige indruk, zwarte haarband over kort donkerblond haar, twee zwarte oorringen in één oorlel en een zwart shirt en broek.
Het is wel zwart allemaal, ik vind het mooi.
Ik denk dat ze op weg is naar een tentamen, want met een roze markeerstift kliedert ze er lustig op los, terwijl de stapel gekopiërde blaadjes voor haar steeds slordiger komen te liggen. De stift in haar handen straalt een vastbeslotenheid uit.
Haar spullen nemen zo'n twee stoelen in beslag, ze heeft een tas naast zich waarmee ik op tv mensen de Mount Everest mee zie beklimmen. Ik raak nieuwsgierig naar wat erin zit, maar ik durf het niet te vragen.
Tot nu toe heb ik mijn blik gericht op haar hoofd en op haar spullen, maar er is iets wat mijn aandacht trekt. Elke keer wanneer ze zich naar voren buigt om een zin te markeren schuift haar zwarte shirt een stukje omhoog, waardoor haar net iets te dikke buik en heup zichtbaar wordt.
Het is een mooie buik. Een klein beetje vet accentueert de vrouwelijke rondingen en trilt een beetje door de bewegingen van de trein.
Gebiologeerd kijk ik naar dit proces.

Na vijf minuten rekt ze zich uit, waardoor er nog meer van haar buik zichbaar wordt. Mijn vermoedens worden bevestigd, het is een mooie buik. Haar zwarte broek heeft er een afdruk op achtergelaten. De rode streep is duidelijk te zien.
Ik vind het hele plaatje wel vertederend en ik besluit in mijn telefoon een aantal aantekeningen te maken over wat ik zie. Ze moest eens weten.

De trein stopt en de poes klaagt weer. Ik moet eruit en weg bij de jonge vrouw. Dat is maar goed ook, ik had haar buik nu wel gezien. Terwijl ik opsta geef ik de man met het muziekstuk een knipoog, de buik met de streep bij hem achterlatend.
Ik kijk de trein na en dan bedenk ik me pas dat ze eigenlijk heel rare schoenen had.

maandag 9 april 2007

Mein Kampf

Een urenlange wandeling door de verlaten velden van Loon op Zand hield mij en met mij een groep mensen bezig in de nacht van vrijdag of zaterdag.
Aangestuurd door een cryptische routebeschrijving dwaalden wij rond als schapen zonder herder. Achteraf wetend dat er een mol in de verschillende groepjes zat om de boel voor het spreekwoordelijke lapje te houden, sloeg alles en hield de gemoederen rondom een kampvuur tot zeer vroeg in de ochtend bezig.

We schrijven kamp 2007 van een club jongeren binnen kerkelijk Gouda.
Zojuist thuis gekomen probeer ik in brakke toestand wat indrukken weer te geven.
Het was goed om met elkaar de paasdagen door te brengen. Van serieuze gesprekken in workshops en rondom het kampvuur tot bizarre opdrachten op straat zoals:"Laat je door de politie in de boeien slaan en maak hiervan een foto" of "bel aan bij willekeurige mensen en vraag of je binnen een eitje mag bakken."
Hiermee weer eens ontdekt dat je veel voor elkaar kunt krijgen als je je mond durft open te doen op straat.

Verder een lijstje nieuwe uitdrukkingen geleerd. De mooiste daarvan is wel het woord 'binten'.
Dit woord zegt precies wat het doet. Wie het weet mag het zeggen.
Daarnaast is het altijd mooi om je in het zwembad als kinderen van twaalf te gedragen, door de glijbanen te laten overstromen en veel geluid te maken, de badmeesters met de handen in het haar te jagen.

Als afsluitertje nog een sfeerfoto. De stookplaats heeft geleden onder ons verblijf.
De stoker heeft goed zijn best gedaan. Kijk maar even mee:





















dinsdag 3 april 2007

Stukje

Ik zit te broeden op een stukje. Al een tijd lang.
Al meer dan een uur zit ik voor me uit te staren, nietsziend. Om mij heen ligt veel, waarmee ik me eigenlijk zou moeten bezighouden.
Een vreemd weemoedig gevoel maakt zich van mij meester. Geen idee hoe daar woorden aan te geven.
Ik zoek inspiratie door een aantal columns van Youp van 't Hek door te lezen. Fantastisch hoe hij weer eens de burgerlijkheid vol op de slof neemt.
Naar links kijkend ontdek ik een boekje van Martin Bril. Eén van mijn voorbeelden als het gaat om het schrijven van stukjes.
Beide mannen beschrijven of vertellen fantastische observaties.
Op de achtergrond Dire Straits met 'Down to the waterline'.
No money in our jackets and our jeans are torn
Your hands are cold but your lips are warm

Ik dacht even:'Dat gaat over mij!' Altijd koude handen, tot je er soms gek van wordt. En ook nooit geld in m'n jas.
Maar ja, het gaat niet over mij, maar over oude tijden die de zanger beleefde met een meisje aan de donkere waterkant. Schitterend. Geluk zonder bezit.
Ik woon ook langs de waterkant. En water is een fascinerend verschijnsel. Ik kan er lang naar blijven kijken. 's Avonds in het donker, wanneer de oude museumboten stil aan de steiger liggen. De wind blaast een rimpeltje in de zachtstromende rivier.
Hier en daar brandt nog een lampje, slingert wat speelgoed en staan er wat fietsen van de bewoners op de wal gekwakt. Dan ben ik er graag, steek een klein sigaartje op en laat ik ongestraft mijn gedachten de vrije loop gaan.

Het is licht, ik ben druk en het is kil. Het is nog helemaal niet de tijd voor een donkere, romantische waterkant. Maar even was ik er toch.
Ik geloof dat ik het gevonden heb. Een stukje.
Kan ik mooi even achterover leunen en luisteren naar de weemoedige en donkere kant van het leven in 'Private Investigations'.

maandag 2 april 2007

Zondagskunst

Zondag was voor mij geen grapje. Hoewel het wel op 1 april viel. Het was een dag van observeren, genieten en opgaan in dingen.
We schrijven 14:15 uur. In de intercity tussen Gouda en Utrecht CS. De trein zit redelijk vol, de zon schijnt buiten, mensen kijken vrolijk. Net of je in een film rijdt. Heerlijk.
Twee zitjes verderop zitten een man (kakker, half lang haar, kakaccent) en een vrouw (kort haar, welgemanierd, muurbloempje) een beleefdheidswedstrijd te doen, zoals ik het gemakshalve noem.
Ze spraken druk over boeken..eh.. literatuur(!). "Zeg, hêb jij weleens die die titel gelezen?"
Over iedere titel werd een tijdje doorgeouwehoerd.
En ik zag aan hen dat ze elkaar níet leuk vonden. In de ogen las ik iets van:"Hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg." Heel symbolisch verliet het stel hun zitplaats in verschillende richtingen en namen zij ieder een andere uitgang.
Ik snapte het niet:"Waarom praat je met iemand, waar je niet mee wilt praten?"

In Amersfoort stap ik over op een andere intercity. Het is inmiddels bijna 15.00 uur en Apeldoorn CS nadert, mijn doel komt in zicht.
Twee jongens zitten een stukje achter mij allerlei immitaties te doen. Enerzijds leuk, anderszijds erg vervelend. Andere passagiers zaten stuk voor stuk met een lang gezicht veelbetekenend uit het raam te staren.
Ik snapte het niet:"Waarom zegt niemand tegen die jongens van hij van ze vindt?"

Van Apeldoorn CS neem ik een bus naar de Grote Kerk. Twee haltes verder stapt er een echtpaar in, ruime vijftigers. Zowel in leeftijd als in omgang. Maar dát zie je wel vaker.
De vrouw stapt naar binnen, vertelt de chauffeur waar zij heen gaan en stampt direct door, naar het achterste bankje. Man betaalt. Dát zie je ook vaker.
Man heeft betaald, kijkt naar achteren en blèrt:"Waarom ga je dáár helemaal zitten?"
"Dan kan ik het goed overzien", zegt z'n vrouw. Hij antwoord echter dat híj naar buiten wil kijken en gaat voorin zitten. Goed zo.
De vrouw komt morrend naar voren en de volgende paar minuten wordt het geval uitgebreid besproken.
Ik snapte het niet:"Trouwen oké, maar waarom heb je elkaar dan na jaren niks zinnigs meer te melden?"

Ik stap voor de kerk uit en binnen een paar tellen sta ik in een kerk. Midden vanuit de wereldse hectiek stap ik in een rustig gebouw, er zijn nog weinig mensen. Wat een verschil. Oase van rust.
Kalm zoek ik een geschikt plaatsje uit, waarvandaan ik de belijdenisdienst goed kan volgen.
De oase van rust werd met voeten getreden toen twee oudere vrouwtjes achter mij kwamen zitten. Een aantal gezinnen uit deze gemeente werd uitgebreid besproken, bekritiseerd en ontleed.
Ik snapte het niet:"Waarom draai ik mij niet gewoon om en zeg ik dat dit op zijn minst roddelen heet en ik dit al helemaal niet horen wil?"

Na veel begroetingen van fijne mensen, hartelijkheid, bolletjes, soep en appels met als toetje een biertje begreep ik het opeens weer een beetje.
Je kunt niet altijd tegen de gewone man en vrouw op straat, in de trein, in de bus en in de kerk zeggen wat je vindt. Daar is een zekere basis van vertrouwen voor nodig.
Daarom heb ik dus deze weblog. Sorry voor jullie.

Vertrouwen ontstaat wanneer mensen uitten dat je er mag zijn. Bijvoorbeeld door een blonde schoonheid die vandaag tien keer zei dat ze het zo leuk vond dat ik er bij was.
Ik heb het prachtig gehad vandaag. Het is fantastisch om mee te maken dat een fijne vriend en vriendin Ja zeggen tegen God.
En dat wilde ik ook maar even zeggen.

zaterdag 24 maart 2007

Kunst met je ogen dicht

Wat gebeurt er als je je ogen dicht doet?

Ik geef je even vijf minuten.

Knipper.
Zo, bij mij werd het flink onrustig achter m'n oogleden. Het is moeilijk om echt tot rust te komen, in jezelf te keren.
Het is wellicht cliché, maar al die prikkels die wij te verwerken krijgen eisen hun tol. Voordat je het éne beeld verwerkt hebt, komt er al een volgend beeld overheen. Zij het via tv, zij het via je werk, zij het via je computer.
Het is tijd voor stilte, met je ogen dicht. Muziek mag.

Succes. Ik steek even een sigaar op.

woensdag 21 maart 2007

De-pres-sief

Je zult maar cliënt zijn en Hans heten. De problemen groeien je boven het hoofd. Woensdagmiddag 14.00 uur is het zover, je mag op het gesprek bij het maatschappelijk werk.
Tot zover deze autobiografie van mijn rol. Want ja, ik ben nog steeds professioneel acteur.

Ze hebben me niet kunnen helpen. En ik had een bad-trip na mijn rol. Ik bleef er in zitten. Daarbij heb ik sterk het idee dat ik ziek word. Langzaam wint de kriebel in mijn keel de overhand, voel ik me moe, hangt er een grijze sluier als een deken over mijn leven...

Aan m'n afstudeermaatje heb ik ook al niks. Hij probeert me steeds in de fik te steken. De eikel.
Iedereen is vandaag tegen mij, ik ook.
De kunst van het leven is vandaag niet mijn ding.

*kuch*

zaterdag 17 maart 2007

Buurtbus

Ik heb vrijdag in voor het eerst in mijn leven gereisd met de buurtbus.
De tijd die ik in Gouda heb doorgebracht, heeft mij tot een echt randstad-mens gemaakt. Alles onder handbereik zonder auto, redelijke luxe in treinen, enz.
Maar nu moest ik naar een klein dorpje in Brabant, na een aantal keer overstappen moest de laatste etappe met de buurtbus afgelegd worden.

Ik zal maar eerlijk zijn. Ik had zo'n groot vooroordeel tegen die buurtbus. Mongolenvervoer vond ik het. Geuk. Aardbeiensmaak op de ramen. Josti-tourbus.
Ik voelde mij veel te goed om te reizen met zo'n gammel rotbusje.

Op een verlaten busstation naast de snelweg waar de Interliner mij had gedropt stond ik te wachten op zo'n buurtbus. Daar kom'tie.
Ik vraag aan de chaufeuse of we inderdaad naar 'die en die bestemming' gaan. Dat blijkt zo te zijn. Er is nog één stoel vrij, de andere zeven zijn bezet.
Wat zou er gebeuren als er nóg twee mensen mee zouden moeten?

Ik stoot mijn hoofd tegen de deurpost en ik ben één en al binnensmondse verwensing. Eenmaal neergezakt naast een dikke roodharige puber betrap ik mezelf erop dat ik mijn medepassagiers tien minuten de tijd geef om te bewijzen dat ze niet achtelijk zijn. Dat mislukt behoorlijk.
Twee meisje zaten links en recht voor me, zagen er best leuk uit. Toen ze echter begonnen te praten in één of ander dialect was de lol er al snel af.
Dat is trouwens inherent aan sommige dames. Best leuk snoetje, totdat ze hun mond open doen en er allerlei klanken uitbraken.

De bestuurder van het busje zet de radio aan. Gelukkig: Drs. P zingt zijn lied 'Dodenrit'. Dat gaat over een zingende familie die één voor één aan de wolven gevoerd worden vanuit een trojka, om zo de overlevenden meer kans te geven. Onwillekeurig bedenk ik me wie ik het eerst uit de buurtbus zou gooien. Ik kan niet kiezen. Het liefst zou ik er zelf uitspringen. Mijn horloge vertelt me dat dit pas over tien minuten kan.

Die tien minuten grijp ik aan om mezelf eens zachtjes toe te spreken:"Zo erg is het toch niet, zo'n buurtbusje. En het uitzicht is best geinig. Je bent gewoon te verwend en ijdel. Zie het nu eens van de andere kant, je hoeft niet te lopen."
Ik doe mijn best om allerlei irreële gedachten te vervangen door reële gedachten. Geleerd op school. Ik ga er net zo lang mee door totdat ik het gammele busje redelijk knus begin te vinden. Zo hobbelen we door het Brabantse landschap. Niemand zegt wat, maar iedereen observeert elkaar scherp. "Ze vragen zich vast af waar ik vandaan kom", denk ik stiekem.

In een buurtbus druk je niet op een stopknop, maar vraag je netjes of je eruit mag. Eindelijk is het zover. Met een zucht van verlichting strompel ik de bus uit, stoot weer mijn hoofd. Bij de halte strek ik mijn lengte eens uit. Ik zie de passagiers met een holle blik naar buiten staren, jaloers op mijn vrijlating. Ik lach ze uit, terwijl ik weet: over anderhalf uur moet ik wéér...

dinsdag 13 maart 2007

De kunst van het kijken

Ogen zijn mysteries.
Bruin, blauw, grijs of groen.

Ogen kunnen je maken.

Ogen kunnen je breken.

Ogen kunnen schelden, ogen kunnen huilen.

Ze kunnen je laten smelten.
En soms zeggen:"Sorry dat ik hier ben."

Ogen kunnen je strelen, maar ook slaan of smeken.

En een blik in je ogen, dat doet pijn.

zaterdag 10 maart 2007

De humor ligt op straat

Steeds meer mensen zijn op de hoogte van het bestaan van deze blog. Dat is natuurlijk leuk.
Soms zijn er echter figuren die denken zo interessant te zijn, dat ze ook in mijn verhalen terug komen. Zij vragen na iedere twee zinnen die ze uitbraken:"Hé Chris, komt dit ook op je weblog?" Mooi niet.

Wél interessant is die verlopen schooier die ik tegen kwam in Utrecht gisteravond. Ik loop het station uit, richting een koud biertje en daar kom ik hem tegen. Een donkere man, afgetrapte schoenen, muts op, oranje 'klaar-over-jas' met reflectiestrepen en indringende donkere ogen.
Hij komt regelrecht op zijn doel af en dat ben ik.
"Hallo, ik ben Igor."
- "Hoi"
"Ja, nou, ik ben tijdelijk dakloos, dat rotwijf is bij me weggegaan en..."
- "Wat is tijdelijk?"
"Twee maanden, en dat rotwijf is dus bij me weggegaan en nu ben ik mijn paragnostenpraktijk kwijt."
- "Haha"
"Ik zie dat jij een blauwe aura hebt en dat duidt op een schoon en blank verleden. Je zult trouwen met een lieve vrouw en je krijgt een tweeling."
- "Zo."
"Ja echt, ik kan zien dat je een mooie tweeling krijgt."
- "Ik weet bijna zeker dat dat niet zo is."
"Waarom niet, ik kan het écht zien hoor!"
- "Ik geloof er helemaal niks van."
*mond vol tanden*
- "Maar wat wil je eigenlijk van me?"
"Nou, misschien een bijdrage voor de nachtopvang, want dat rotwijf..."
- "Sorry, maar ik heb geen geld."
"Oké, de mazzel"

Tja, vervelend zo'n zwervende paragnost. Waarom is het zover gekomen met die man. Dat heeft hij toch wel zien aankomen?
Ik loop met een brede grijns verder (tegenwoordig ben ik heel goed in lol hebben in m'n eentje) en zie ik een jongeman staan pinnen, met op twee meter erachter een vloekende en tierende zwerver. "Waarom krijg ik *** geen geld van je, vuile eikel!"
Ik blijf even staan en geniet van dit schouwspel. Ja, geluk zit in heel kleine dingen.

Aan het einde van de avond loop ik samen met een vriend en vriendin weer terug en kom ik onze vriend de paragnost weer tegen. Hij loopt nog steeds de mensen lastig te vallen. Zonder blikken of blozen spreekt hij mij weer aan. Kennelijk heeft hij m'n aureool niet herkend. Ik wimpel hem met een botte opmerking af. Ja, zo ben ik.

Aangekomen in Gouda valt het donkergetinde schorriemorrie me weer op. Verschillende groepjes van dit heerschap lopen om mij heen. Een aanstormende politieauto snijdt hen de pas af en "in het kader van een onderzoek" wordt hen gevraagd naar een identiteitsbewijs. Die hebben ze natuurlijk weer niet bij zich.
Ik mag gewoon doorlopen. Kennelijk val ik niet onder de doelgroep van het 'onderzoek'.

En terwijl ik naar huis loop, een uitsmijter vriendelijk groet, denk ik nog even aan mijn blauwe aureool. De gedachte aan een krijsende tweeling en steundende, vermoeide vrouw knijpt me onwillekeurig de keel dicht. Heeft 'tie me toch nog mooi te pakken, die Igor.

zondag 4 maart 2007

De kunst van het slapen

Vrijdagochtend heel vroeg lag ik op een bed, het was half drie en ik keek om mij heen. Toen ik de ruimte bekeek schoot er opeens een liedje door mijn hoofd.

(...) en kledingstukken die van jou of mij kunnen zijn
Een schemering, de radio zacht
En deze nacht heeft alles wat ik van een nacht verwacht
Het is een nacht die je normaal alleen in films ziet

Het is een nacht die wordt bezongen in het mooiste lied
Het is een nacht waarvan ik dacht dat ik 'm nooit beleven zou
Maar vannacht beleef ik 'm met jou
Ohohohoho (...)

Alleen dat van die radio klopte niet, want ik hoorde geen muziek. De schemering werd al snel verdrongen door de opgaande zon. Mijn rechterarm voelde koud aan. De linker was vrij warm. Dat is niet gek, want volgens mij lag er iemand op.

Ik keek naar links en zag drie mensen liggen. Een blonde bos krullen, een donkere bos krullen en iets wat zich naast mij verschuilde onder een deken met een zwart-wit-koe motief.
Een blik onder m'n deken vertelde me dat ik al mijn kleren nog aan had. Een hele geruststelling. De smaak in mijn mond was iets wat op een dood vogeltje leek. Ik kon de moed niet bij elkaar schrapen om daaraan iets te veranderen en ik besloot nog even te blijven liggen.

We lagen met vier mensen in twee bedden, die tegen elkaar geschoven waren. Twee dames, twee heren, om en om. In een jolige benevelde studentenbui waren we bij elkaar in bed gekropen. Ik geloof niet dat iemand echt geslapen heeft, maar ik citeer dan graag mijn moeder, die vroeger altijd al zei:"Als je lekker ligt, rust je ook uit."
Lekker liggen is een kunst, mij lukt het zelden. Na maximaal vijf minuten moet ik wéér omdraaien. Gelukkig had ik deze nacht een 'knuffelbeer', dat helpt altijd wel een beetje.

Al schrijvend heb ik al een paar keer verleidelijk naar mijn eigen bed gekeken. Ik besef me dat ik het vanacht weer alleen moet zien te rooien. Enerzijds is dat een pijnlijke constatering, anderzijds een bevrijdende wetenschap.

Vijf minuten na de vorige zin weet al ik een tijdje niet hoe ik deze post zal afsluiten. Ik kan nog jaren door mekkeren over het alleen zijn, of het niet-meer-alleen zijn. Dat lijkt me echter niet zo succesvol, dus beschouw dit dan maar als een open einde.

woensdag 28 februari 2007

Frikadel of Frikandel??

Mijn afstudeermaatje en ik voeren de meest boeiende gesprekken. Wanneer hij wat beweert, geloof ik het niet, en wanneer ik iets beweer gelooft hij het niet.
Google.com (onze internet-God voor alle vragen en antwoorden) levert dan vaak wel uitsluitsel.

Zo las hij mijn eerdere post 'Leve de Frikandel' en had als commentaar: "Het is niet frikandel, maar frikadel. Zonder -n dus."

Hij had slechts gedeeltelijk gelijk. Enkele zoekresultaten:

Taaladvies.net schrijft:
"Welke vorm juist is, hangt af van wat bedoeld wordt. Een frikadel is een gehaktbal die vooral in België gegeten wordt. Een frikandel is behalve in Belgische ook te vinden in Nederlandse snackbars; het is een gefrituurd worstje, gemaakt van gehakt vlees. In België wordt de frikandel ook wel curryworst genoemd.

De aanduiding frikandel is eind jaren vijftig bedacht door Gerrit de Vries, een snackfabrikant uit Dordrecht. Toen de gehaktbal van De Vries in verband met nieuwe wettelijke eisen voor het meelgehalte in vleesproducten niet langer gehaktbal mocht heten, gaf de fabrikant hem de vorm van een ruwe worst en noemde hij hem frikandel. Een andere fabrikant, Beckers, nam die naam over toen hij uit de ruwe worst de hedendaagse gladde versie ontwikkelde."

Mogelijk nog mooier is de omschrijving van Van Dale:

fri·kan·del (de ~ (m.), ~len)
1 snack, bestaande uit een rolletje gehakt vlees => berenlul (jawel, zo staat het er echt)

fri·ka·del (de ~, ~len)
1 [Belg., inf.] gehaktbal

Voortaan zeg je dus:"Hmm, doet u mij één Berenlul Speciaal."
Of twee.
Weer eens iets anders dan een slappe snikkel.

Goed, weet je dat ook weer...Eetsmakelijk nog.

dinsdag 27 februari 2007

Leve de Frikandel

Wanneer je de vetlucht door het studentenhuis voelt gaan
En de gesneden ui tranen in de ogen doet staan
Spuiten we mayonaise, ketchup, abnormaal
Dan is't weer zover: we eten Frikandel Speciaal!

Tot zover dit eigengemaakte gedichtje.
Het was weer feest vanavond, de buikjes vol en vet.

De frikandel heeft zo zijn eigen charme. Vooral wanneer hij gesneden speciaal bereid is met ui, mayo en ketchup. Laten we hem eens vergelijken met de kroket. Hoewel de kroket kort, stevig en krokant is, is het slechts schone schijn. Snij hem eens open: smurrie met slachtafval komt je tegemoet.
De frikandel echter oogt als een slappe snikkel, maar hij blijkt stevig te zijn, wanneer je het mes over het toompje van de frikandel laat gaan.

En probeer maar eens ui, mayo en ketchup te proppen in een kroket...

In de snackbar zal ik meestal een kroket bestellen. Hij oogt vriendelijk en lekker en maakt die belofte ook vaak waar. Hij is bescheiden, beschaafd en geaccepteerd.
De frikandel speciaal heeft iets ordinairs, wekt vraatzucht op en kent een grote verleiding.
Zet drie mannen bij een frituurpan vol frikandellen en de natuur gaat zijn vrije loop.

We verliezen onszelf te veel in netheid, voorkomen en verschuilen ons achter ons krokante korstje, ons schildje. Daarom is het tijd voor een herwaardering van onze eigenlijke natuur, waarin genieten nog wel mogelijk is.

De kroket zuigt, leve de frikandel!

maandag 26 februari 2007

Afstuderen...?

Zoals de meesten wel weten ben ik momenteel bezig met afstuderen.
Mijn afstudeermaatje Willy en ik schrijven een (hou je vast) 'vrijwilligersbeleidsplan' voor een tbs kliniek in Balkbrug (in de buurt van Zwolle).
En tussen de werkzaamheden *kuch* door, maken we nog wat foto's.







Jeruzalemkerk in Amsterdam

Wat is er mooier dan een zwerver die in de kerk zijn heil zoekt?
Ik was afgelopen avond in de Jeruzalemkerk in Amsterdam. Of hij zwerver was weet ik niet, maar zijn uiterlijk leek er verdacht veel op: een vale broek, smerige groene trui, verweerde kop, sombere gezichtsuitdrukking, lang en ongewassen haar en een vieze grijze baard. Hij zat één bank voor me, aan de rechterkant van het middenpad. Af en toe trok er een oude zweetlucht aan me voorbij.

Ik kon me niet herinneren dat hij er was komen zitten. Hij was er opeens. Hij genoot van het bandje voor in de kerk, van de liederen. Sommige mensen gingen staan tijdens het zingen, maar hij bleef zitten.

Toen kwam de preek van de voorganger. Hij ging direct in de houding zitten: onderuitgezakt en met zijn ogen dicht. Ik hoorde hem denken: "De preek is om te slapen."
Ik geloof niet dat hij geslapen heeft. Eens in de drie of vier minuten deed hij zijn ogen open, loerde om zich heen, ging rechtop zitten en dutte weer in. Zichtbaar opgelucht was hij, toen de muziek weer klonk.
Bij het laatste lied ging iedereen staan. Als laatste stond ook de zwerver op. Zichtbaar met tegenzin. "Waarom nu al staan", dacht hij.

Wat gaat de tijd toch snel, als je even rustig zit.

Hunkerende roker

Ik zag hem lopen, de hunkerende roker. Van jas tot jas, tassen werden omgekeerd. Zeker vijf minuten was hij bezig, op zoek naar die éne verdwaalde sigaret.
Hij vond hem niet.
In zijn eigen huis.

zaterdag 24 februari 2007

'Met God. U moest zich schamen. Dag meneer'

Graag neem ik jullie mee naar een gedicht van een schrijver en cabaretier die ik zeer waardeer om zijn taalkunst en geestigheid: Drs. P. ofwel: Heinz Polzer.

Kantoor in wolkenkrabber, achttien hoog:
De zakenman keek naar de overkant
Daar werd (dit wordt onzedig, moet ik vrezen)

Een tikjuffrouw bevrucht door een firmant
De firmanaam was op het raam te lezen
Nu kwam het telefoonboek in 't geding

De minneroes was haast ten top gerezen
Maar wacht - daar was de telefoon die ging
Zodat hij hoornwaarts zich vooroverboog

Van wat hij kreeg te horen schrok hij zeer
'Met God. U moest zich schamen. Dag meneer'


~ Drs. P

vrijdag 23 februari 2007

De kunst van het samen wonen

Sinds anderhalf jaar woon ik in een studentenhuis aan de Vest in Gouda. Dit huis is zo'n 400 jaar oud en officieel een monument. In dit pittoreske huis wonen allelei mensen. Een paar zeeuwen, pabo-meisjes, een bourgondiër uit Middelburg, een koppige Fries, verpleegkundige, enzovoorts.

Het is een kunst apart om samen te leven in zo'n huis. Enerzijds heb je je privacy, anderzijds je sociale contact. Toiletpapier bestrijkt beide kanten. Het gebruik ervan is op en top privé, de aanschaf ervan een sociale aangelegenheid.

De Fries haalde al lange tijd de rolletjes in huis en krijgt dit keurig vergoed. Twee weken geleden echter was de maat vol. De boycot was een feit.
Het toiletpapier raakte op en er moest iets gebeuren. De bourgondiër en ik besloten spijkers met koppen te slaan. Gelukkig hebben we de foto's nog.
























































En dat is dan weer humorrrr...

Je dag is goed.

Het is donderdagochtend, acht uur. De wekker gaat. Het geluid wat hij voortbrengt is an sich al een reden om je bed uit te gaan. Ik heb hem op een strategische plaats neergezet, zodat ik uit bed moet om hem te pakken te krijgen.
Vroeger had ik er één die reageerde op je stem of een hard geluid. Maar vroeger is voorbij.

Een lichte hoofdpijn maakt zich van mij meester en ik kijk suf om mij heen. Naast mijn bed staan zeven lege bierflesjes, op de koelkast één, op het opiumtafeltje negen en verder op de vloer nog zeven.
Ik adem diep in en ik ruik nog flarden sigarettenrook. Ik vraag me af wat hier gebeurd is. De radio springt aan, Q-music met Jeroen van Inkel in zijn ochtendprogramma 'Je dag is goed.'

De poging om mijzelf wat op te knappen in de douche mislukt jammerlijk, maar intussen komen de beelden van de vorige avond en nacht weer terug in mijn geheugen.
Een pizza met een te zachte bodem, gillende meiden in een restaurant, een peuk die op de grond wordt gegooid, drie lallende jongemannen op straat, een wilde fietstocht en een geanimeerd gesprek in de videotheek over waardigheid van de vrouw.

Ik besluit een broodje te smeren en de troep op te ruimen. En terwijl ik de statiegeldloze flesjes in de doos (lang leve de krat) zet weet ik het opeens weer. In een flashback zie ik een goede film 'the bone collector' met Denzel Washington en Angelina Jolie, waarna een vervelend slechte horrorfilm volgt. De koelkast werd leger en leger en uiteindelijk was alles op. De mensen in mijn kamer stonden op, gaven een hand, bonsden jolig bij de buurman op de deur en vertrokken.

Terwijl ik 's morgens vroeg mijn kamer een beurt geef met de stofzuiger, trekt er een grote grijns over mijn gezicht. Ik denk nog eens na over de kunst om te leven. Gisteravond hebben we het kunstje weer geflikt. De deejay van Q-Music is het met me eens, want hij roept het uit: je dag is goed!

maandag 19 februari 2007

Het Licht

Hierbij een gedicht wat ik al een jaar of anderhalf geleden geschreven heb. Het is echter nog zeer actueel en hangt daarom ook bij me aan de muur.

Het Licht

Ik was op zoek
Maar ik vond het niet
Het was te donker
En ik zocht het Licht

Hoe ik ook zocht
Ik ontdekte geen spoor
Hoe zou ik dit overleven
Drong tot mij door

Frustratie maakte zich van mij meester
Ik zocht het Licht
Maar ik vond de duisternis

En juist toen ik het niet had verwacht
Ontdekte ik het Licht
En ik wist: het Licht had me niet vergeten
Ik had gewoon mijn ogen even dicht

zondag 18 februari 2007

"Kunnen ze ook in de magnetron?"

Vrijdagmiddag, tegen zes uur, loop ik nog even naar de stad. In de nauwe en smalle stads-Albert Heyn is het altijd dringen. Het is er veel te krap.
Ik heb zin in loempia's en ik weet waar ik moet zijn: bij de diepvries, met die automatisch dichtklappende deuren. Groot aangeplakt: Eerst kijken, dan pas de deur openen.
Daar aangekomen graai ik lustig in het schap met los verpakte euro-shopper loempia's, met groenten en stukjes kip.
Terwijl ik hiermee bezig ben, word ik op mijn schouder getikt.
Enigzins verstoord kijk ik om. Er staat een oud vrouwtje naast me, met één handschoen.

Ze vraagt met scherpe stem, waar als je goed luistert een bibbering in doorklinkt:"Menéér, kunnen die ook in de magnetron?"
Ze wijst op de loempia's, één in mijn winkelmandje, één in mijn hand. We nemen samen de gebruiksaanwijzing door en helaas. Alleen in de oven of het frituurvet.
"Heeft u een oven mevrouw?" Die heeft ze wel. "Nou, neem er lekker een paar mee."
- Sta ik daar notabene de AH te promoten. -

Nee, ze hoefde geen loempia's, ze wilde alleen weten hoe je ze moet klaarmaken.
"Dan weet ik dat", zegt ze.

De kunst van het ouder worden. Je kijkt terug op zeventig jaar leven.
Geboren in de crisistijd, tweede wereldoorlog overleefd, mogelijk door het eten van allerlei smerigheid.
Krom gelegen om rond te komen en Nederland weer op te bouwen. Wie weet nog een paar kinders op de wereld gezet.
Daar schuifelt ze door een veel te smalle supermarkt. En ze wil het alleen maar weten:

"Meneer, kunnen ze ook in de magnetron?"

Het leven is geen kunst

Half drie, zaterdag op zondagnacht.
Ik heb al de nodige biertjes in m'n mik en dat maakt me aangenaam ontspannen. Deze avond heb ik doorgebracht met de mensen die in het afgelopen jaar mijn vrienden zijn geworden. Dat ervaar ik nog steeds als een bijzonderheid.

Half drie, zaterdag op zondagnacht.
Ik kom thuis en vind de computer nog actief in het windows XP scherm. Op zich een tweede bijzonderheid, want volgens mij is mijn moederbord de geest aan het geven.
Het moederbord - het woord zegt het al - geeft het leven aan je computer. Zonder moeder geen leven. Daarom zijn moeders ook zo belangrijk.

Half drie, zaterdag op zondagnacht.
Formeel is het al zondag, maar formaliteiten tellen nu even niet: dit moment is het mooist van de dag.

Half drie, zaterdag op zondagnacht.
Vanavond is het leven even geen kunst.

zaterdag 17 februari 2007

Levenskunst

Beste lezer,

Ja. Ik ben ook aan het bloggen geslagen. Een logboek op het web. Een website waar mijn gedachten zo nu en dan op geplaatst gaan worden.
Wellicht een verrijking voor de lezer. Of gewoon leuk.
Of gewoon onzin.

Deze weblog heb ik als titel 'Levenskunst' gegeven. Mocht je het nog niet hebben ontdekt: leven is een kunst. Soms denk ik dat ik het kunstje ken, terwijl ik soms toe sta te kijken naar andere kunstenaars en ik zelf geen idee heb hoe zelf de kunstenaar te zijn.

Lastige zin, confronterend ook. Dat is ook de bedoeling van deze blog. Af en toe confronteren, ontroeren, lachen en gewoon wat van me afschrijven.

Ik zie je graag terug.

Groeten,
Chris