Vrolijk kerstfeest
Heel vroeg in de ochtend op 1e kerstdag 2007 stond ik vroeg op om naar mijn familie te gaan. WANT, DAT IS GEZELLIG! En ja, het wás gezellig. De kerst MOET ook gezellig zijn, anders heb je geen kerst. Althans, dat beweren velen.
Met deze gedachten stalde ik mijn fiets bij het station, want ik moest nog even reizen met de trein. De hele stationshal van Gouda was leeg en de tik-tak van mijn herenschoenen weerklonk luid. Terwijl ik een kaartje sta te pinnen bij de automaat, zie ik in mijn rechterooghoek een man aan komen schuifelen, behangen met allerlei kledingstukken en kapotte tassen.
Een zwerver.
Bij een zoetwarenautomaat kruipt hij op zijn knieën en kijkt of er nog wisselgeld achtergebleven is. Dan steekt hij zijn arm tot zijn elleboog in de automaat in de hoop een koek van de onderste rij te pakken. Helaas zijn deze automaten zwerver-proof, dus heeft de man geen succes.
Ik pin van al mijn rijkdom (nu ja, in vergelijking met deze zwerver dan) een kaartje en loop langs de man. Even twijfelde ik, of ik hem iets zou geven. Echter, gezien zijn gezicht, getekend door de drugs, besluit ik om het niet te doen. Hij zou waarschijnlijk richting de eerste de beste coffeeshop rennen. Met pijn in m'n hart loop ik naar perron vijf.
'Vrolijk kerstfeest', komt in me op, maar heb het lef niet in m'n lijf om hem dit te zeggen. Tijdens het kerstdinee moest ik nog vaak aan hem denken. Terwijl de rest van de Nederlanders deze dag gaan 'vreten op aarde' moet deze man onder een vieze brug of op een smerig bankje iets knabbelen wat anderen weggooien.
Als welzijnswerker praat ik m'n eigen lafheid snel goed:"Neem je werk niet mee naar huis, je doet genoeg voor dit soort mensen, geniet nu van je kerst."
En dat heb ik gedaan. Juist omdat ik nu wist hoe het ook anders kan zijn. Ik koester mijn leventje, waarin ik het zo ontzettend goed heb en dacht:"Maandag, dán bent u weer te eerste."


