Jampotglazen
Wanneer ik dagelijks met de Zoetermeerse Randstadrail reis kom ik in de zeven minuten durende tocht allerlei mensen tegen. Veel mensen herken ik inmiddels. Zoals de neger met bril en blauwe muts, die in een pand naast mij werkt. Maar ook de saai ogende jongeman, die met een strakke scheiding in het midden van zijn hoofd elke ochtend op autistische wijze door de deuren van de Randstadrail sluipt. Hij heeft dan ongepoetste leren schoenen aan, die eruitzien alsof ze lekker lopen, maar telijkertijd oubollig aan doen.
Na een dag hard werken (mijn directe collega’s weten wel beter, hoewel..) stap ik vermoeid in de moderne tram en plof ik neer op mijn gebruikelijke plekje. Voorin, in de laatste vier-zits-ruimte. De tram zet zich in beweging, na het luiden van een electronische bel, die het nostaligische gevoel zouden moeten herleven van vroeger tijden, in een oude rammelende tram die door het stadsverkeer kronkelt.
Niets is minder waar.
Dan dringt er een geur mijn neus binnen die onmiskenbaar het verleden in zich draagt. Ik kijk naar links en zie een man zitten die minimaal zestig jaar oud is. Hij zit daar in zijn oude kloffie, met een vale weekendtas. De geur is die van oud zweet. De man stamt nog uit de tijd van voor de deodorant en niemand heeft hem dit bijgebracht. Een woeste baard kronkelt rondom zijn kin en op zijn kalende hoofd prijkt een grote bril met cirkelronde dikke glazen.
Jampotglazen.
Ik moet direct aan mijn cabaretier-held Youp van ’t Hek denken. Dat komt alleen door de bril. Achter de glazen zie ik twee pretoogjes, die kleiner lijken door de dikke glazen. De man geniet zichtbaar van zijn ritje. Bij elk station kijkt hij naar buiten of dit zijn station nog niet is. Ik sla hem met aandacht gade en probeer de penetrante geur te negeren. Dit lukt bij mijn medereizers kennelijk niet, want één voor een staan zij op om hun heil ergens anders in het voertuig te zoeken.
Zij zien de schoonheid niet.
Eén halte voor die van mij stapt de man uit. Zijn geur blijft hangen. Het beeld ook. Ik durf te wedden dat de man niet getrouwd is. Waarom? Een vrouw had allang de drogist leeggeroofd om zijn lichaamsgeur te bestrijden. De man oogt gelukkig. Alleen, maar gelukkig. Heerlijk, maar ik zou niet willen ruilen. Ik zie de wereld door een roze bril, verliefd en wel. De man gebruikt zijn jampotglazen. En we zijn allebei gelukkig. Daar gaat het om. En terwijl ik uit de tram loop, herinner ik me opeens dat mijn deodorant op is.
En voorlopig koop ik geen nieuwe.
1 opmerking:
Zal je vriendin leuk vinden.
Een reactie posten