zaterdag 17 maart 2007

Buurtbus

Ik heb vrijdag in voor het eerst in mijn leven gereisd met de buurtbus.
De tijd die ik in Gouda heb doorgebracht, heeft mij tot een echt randstad-mens gemaakt. Alles onder handbereik zonder auto, redelijke luxe in treinen, enz.
Maar nu moest ik naar een klein dorpje in Brabant, na een aantal keer overstappen moest de laatste etappe met de buurtbus afgelegd worden.

Ik zal maar eerlijk zijn. Ik had zo'n groot vooroordeel tegen die buurtbus. Mongolenvervoer vond ik het. Geuk. Aardbeiensmaak op de ramen. Josti-tourbus.
Ik voelde mij veel te goed om te reizen met zo'n gammel rotbusje.

Op een verlaten busstation naast de snelweg waar de Interliner mij had gedropt stond ik te wachten op zo'n buurtbus. Daar kom'tie.
Ik vraag aan de chaufeuse of we inderdaad naar 'die en die bestemming' gaan. Dat blijkt zo te zijn. Er is nog één stoel vrij, de andere zeven zijn bezet.
Wat zou er gebeuren als er nóg twee mensen mee zouden moeten?

Ik stoot mijn hoofd tegen de deurpost en ik ben één en al binnensmondse verwensing. Eenmaal neergezakt naast een dikke roodharige puber betrap ik mezelf erop dat ik mijn medepassagiers tien minuten de tijd geef om te bewijzen dat ze niet achtelijk zijn. Dat mislukt behoorlijk.
Twee meisje zaten links en recht voor me, zagen er best leuk uit. Toen ze echter begonnen te praten in één of ander dialect was de lol er al snel af.
Dat is trouwens inherent aan sommige dames. Best leuk snoetje, totdat ze hun mond open doen en er allerlei klanken uitbraken.

De bestuurder van het busje zet de radio aan. Gelukkig: Drs. P zingt zijn lied 'Dodenrit'. Dat gaat over een zingende familie die één voor één aan de wolven gevoerd worden vanuit een trojka, om zo de overlevenden meer kans te geven. Onwillekeurig bedenk ik me wie ik het eerst uit de buurtbus zou gooien. Ik kan niet kiezen. Het liefst zou ik er zelf uitspringen. Mijn horloge vertelt me dat dit pas over tien minuten kan.

Die tien minuten grijp ik aan om mezelf eens zachtjes toe te spreken:"Zo erg is het toch niet, zo'n buurtbusje. En het uitzicht is best geinig. Je bent gewoon te verwend en ijdel. Zie het nu eens van de andere kant, je hoeft niet te lopen."
Ik doe mijn best om allerlei irreële gedachten te vervangen door reële gedachten. Geleerd op school. Ik ga er net zo lang mee door totdat ik het gammele busje redelijk knus begin te vinden. Zo hobbelen we door het Brabantse landschap. Niemand zegt wat, maar iedereen observeert elkaar scherp. "Ze vragen zich vast af waar ik vandaan kom", denk ik stiekem.

In een buurtbus druk je niet op een stopknop, maar vraag je netjes of je eruit mag. Eindelijk is het zover. Met een zucht van verlichting strompel ik de bus uit, stoot weer mijn hoofd. Bij de halte strek ik mijn lengte eens uit. Ik zie de passagiers met een holle blik naar buiten staren, jaloers op mijn vrijlating. Ik lach ze uit, terwijl ik weet: over anderhalf uur moet ik wéér...

Geen opmerkingen: