zaterdag 10 maart 2007

De humor ligt op straat

Steeds meer mensen zijn op de hoogte van het bestaan van deze blog. Dat is natuurlijk leuk.
Soms zijn er echter figuren die denken zo interessant te zijn, dat ze ook in mijn verhalen terug komen. Zij vragen na iedere twee zinnen die ze uitbraken:"Hé Chris, komt dit ook op je weblog?" Mooi niet.

Wél interessant is die verlopen schooier die ik tegen kwam in Utrecht gisteravond. Ik loop het station uit, richting een koud biertje en daar kom ik hem tegen. Een donkere man, afgetrapte schoenen, muts op, oranje 'klaar-over-jas' met reflectiestrepen en indringende donkere ogen.
Hij komt regelrecht op zijn doel af en dat ben ik.
"Hallo, ik ben Igor."
- "Hoi"
"Ja, nou, ik ben tijdelijk dakloos, dat rotwijf is bij me weggegaan en..."
- "Wat is tijdelijk?"
"Twee maanden, en dat rotwijf is dus bij me weggegaan en nu ben ik mijn paragnostenpraktijk kwijt."
- "Haha"
"Ik zie dat jij een blauwe aura hebt en dat duidt op een schoon en blank verleden. Je zult trouwen met een lieve vrouw en je krijgt een tweeling."
- "Zo."
"Ja echt, ik kan zien dat je een mooie tweeling krijgt."
- "Ik weet bijna zeker dat dat niet zo is."
"Waarom niet, ik kan het écht zien hoor!"
- "Ik geloof er helemaal niks van."
*mond vol tanden*
- "Maar wat wil je eigenlijk van me?"
"Nou, misschien een bijdrage voor de nachtopvang, want dat rotwijf..."
- "Sorry, maar ik heb geen geld."
"Oké, de mazzel"

Tja, vervelend zo'n zwervende paragnost. Waarom is het zover gekomen met die man. Dat heeft hij toch wel zien aankomen?
Ik loop met een brede grijns verder (tegenwoordig ben ik heel goed in lol hebben in m'n eentje) en zie ik een jongeman staan pinnen, met op twee meter erachter een vloekende en tierende zwerver. "Waarom krijg ik *** geen geld van je, vuile eikel!"
Ik blijf even staan en geniet van dit schouwspel. Ja, geluk zit in heel kleine dingen.

Aan het einde van de avond loop ik samen met een vriend en vriendin weer terug en kom ik onze vriend de paragnost weer tegen. Hij loopt nog steeds de mensen lastig te vallen. Zonder blikken of blozen spreekt hij mij weer aan. Kennelijk heeft hij m'n aureool niet herkend. Ik wimpel hem met een botte opmerking af. Ja, zo ben ik.

Aangekomen in Gouda valt het donkergetinde schorriemorrie me weer op. Verschillende groepjes van dit heerschap lopen om mij heen. Een aanstormende politieauto snijdt hen de pas af en "in het kader van een onderzoek" wordt hen gevraagd naar een identiteitsbewijs. Die hebben ze natuurlijk weer niet bij zich.
Ik mag gewoon doorlopen. Kennelijk val ik niet onder de doelgroep van het 'onderzoek'.

En terwijl ik naar huis loop, een uitsmijter vriendelijk groet, denk ik nog even aan mijn blauwe aureool. De gedachte aan een krijsende tweeling en steundende, vermoeide vrouw knijpt me onwillekeurig de keel dicht. Heeft 'tie me toch nog mooi te pakken, die Igor.

Geen opmerkingen: