Heggensnoei
Ik heb mijn laatste zin nog niet geschreven over de ouwe sok of ik ben alweer op weg naar het station. Ja, een mens reist wat af. Naar een kantoor om vervolgens een dag in tl-licht te verkeren. Daarna weer terug naar huis om daar te genieten van wat over is van je dag en vervolgens begint het liedje weer opnieuw.
Overigens heb ik weinig te klagen.
Aan het einde van de straat staat een grote struik. Ik kijk er eigenlijk nooit naar. Maar ondanks dat groeit het ding gestaag door. Aangezien het mede door mijn belastingcenten mogelijk wordt gemaakt om gemeentewerkers aan te stellen kwam er vandaag een voorlopig einde aan de groei.
Ik zag van veraf al een bespottelijk klein, wit autootje staan. Een piepkleine cabine, waar nauwelijks twee volwassen kerels in passen. Maar wél met een laadbak. En daar is het autootje maar wat trots op!
Achter het vehikel groeide de struik. Toen ik dichterbij kwam, zag ik de blaadjes vallen. En niet omdat het herst wordt. Er stonden twee mannen en een electrische heggenschaar. De jongste mocht snoeien met het apparaat, wat trouwens verdacht veel herrie maakt 's ochtends vroeg.
Een stagiair in opleiding.
De tweede keek toe met zijn armen over elkaar. Hij had veel commentaar.
De oude rot was zijn vak meester. Ook hij was, net als zijn autootje, apetrots. Hij kreeg nu de kans om zijn kennis van het heggensnoeien door te geven.
En dat is niet onbelangrijk, want stel je toch voor dat de straten van de stad zouden dichtgroeien! Dat zou een onhoudbare situatie zijn.
De twee mannen waren net zo groen als de struik. Schril staken de reflectiestrepen af. Daar zijn ze ook voor gemaakt. In een paar seconden liep ik hen voorbij. Het geluid van de heggenschaar achter mij latend.
Drie seconden, een onuitwisbare reflectie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten