Ouwe sok
Ik was onderweg naar het station. 's Ochtends vroeg voelde ik mij nog wat brak. Maar ik verkeerde in de gelukkige wetenschap dat de koffiemachine weer op mij stond te wachten.
Bijna bij het station aangekomen stuitte ik op een oudere man die voor mij liep. Schuifelend was hij onderweg. Dat kon nog lang duren. Opvallend was zijn afgedragen en veel te korte broek. Ik zag boven zijn sokken zo'n zeven centimeter van zijn bleke onderbeen. Het was een typische oudemannetjesbeen met erg weinig kleur en beharing.
Een weduwnaar of een verstokte vrijgezel.
Terwijl ik hem passeer neem ik de tijd om even opzij te kijken. Ik hoor duidelijk zijn rochelende ademhaling. Onwillekeurig dacht ik: 'Deze man gaat het niet lang meer maken.' Hij ruikt al naar aarde, zegmaar. Ondanks deze belabberde toestand was deze ouwe sok nog zijn huis uit gegaan en onderweg.
Waarheen?
Misschien wilde hij zijn kinderen bezoeken of moest hij naar de dokter. Wellicht één van de laatste tripjes. Zijn gehijg en gekreun en de droeve aanblik van zijn oude broek maakten me niet vrolijk. Het leven kent zijn keerzijde.
Maar wellicht maak ik het te zwaar en heb ik deze man onterecht al bijna doodverklaard. Misschien was deze man van het type 'krakende wagens rijden langer mee.' Hij was helemaal niet onderweg naar de arts of naar zijn kinderen. Maar misschien wel naar een nieuwe liefde. Een oudere vrouw die hij op de bejaardensoos had leren kennen. Hij vertrekt al vroeg van huis om op tijd bij haar te komen, want hij weet dat het allemaal zo snel niet meer gaat.
Zo schuifelt hij voort en laat mij in grote onwetendheid over zijn situatie. Eén ding is wel duidelijk: zijn goede broek zat gewoon even in de was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten