Oude trucjes
Er breekt een mooie tijd aan. De zon schijnt, de zomerkleren gaan aan, met alle moois van dien.
Niets is op zo'n moment prettiger, dan een witbiertje in de hand, samen met een vriend vertoeven op een zonnig terras vol mensen. Terwijl ik keek hoe een gay-type aan een amstel malt zat en hij angstig wegdook voor een parasol die ingeklapt werd, viel mijn oog op een oude vrouw.
Ze zat samen met een donkere vrouw van een jaar of vijfendertig aan een tafeltje. Saillant detail was, dat zij de ene sigaret aanstak met de andere. Ze rolde haar vloeitjes zelf op, met de vaste hand van een bouwvakker.
Ik had wel sigaretten bij me, maar geen vuur en het leek ons een goed plan om te gaan roken. Het vuurtje was snel gevraagd. Na drie keer herhalen had de vrouw verstaan wat we vroegen. "Een vuurtje: natuurlijk! Ga je lekker roken? Dat mag nergens meer he!"
En zonder dat we erom vroegen vertelde de vrouw (met ondertiteling van - naar later bleek - haar buitenechtelijke dochter) haar roerige levensverhaal.
Ze hield er niet van om gebonden te zijn aan een man en ging het liefst roulette spelen en in het casino aan de black-jack tafel zitten.
Naarmate ze meer rode wijn dronk, werden haar ontremde uitspraken steeds heftiger. Uiteindelijk stond ze op en kreeg ik een stevige aai over m'n bol vergezeld met de woorden "lekker ding".
En dat is dan weer een opsteker! Terwijl ik m'n haar weer in model wreef, liep ze weg, stak met in een half-demente actie haar arm in die van een serveerster. Ze had het al snel door en riep triomfantelijk tegen haar dochter: 'Ik heb de verkeerde, zag 'ie het!?' En met een scheve grijns zei ze tegen ons: 'die truc moet jij ook eens proberen.'
Oude vrouwen, ze kunnen er wat van. Aan de buitenkant een verschrompeld lijf, van binnen nog vurig. Ze zou het misschien niet lang meer maken. Haar vrijheid zou ze toch eens kwijtraken, wellicht eindigend aan een sondevoeding en beademing. Niet zo'n plezant vooruitzicht.
Inmiddels zat een andere oude vrouw tegenover ons met smaak een bord bitterballen weg te werken. De zakjes mosterd had ze al snel in haar tas gefrommeld. Voor thuis. We vroegen haar of de ballen haar smaakten. Met een verheerlijkt gezegd zei ze: 'Ja jongens, ik weet wel wat lekker is hoor!'
Nou, daar was geen twijfel over. In gedachten zag ik haar het verpleegtehuis binnenlopen om naar haar man te zoeken, die in een rolstoel zat. Eindelijk had ze hem gevonden en legde ze de vier zakjes mosterd op het plankje van de rolstoel, terwijl ze glimmend zegt: 'Die truc moet jij ook eens proberen!'
1 opmerking:
Hijs weer fijn vriend!
Mooie woorden, LEKKER DING HAHAHAHA!!
Ramstaaf drumstick
Een reactie posten