Branden
De zomer is een onvoldongen feit. Voor mij is dat een feest. Een paar maanden geen last van chronisch koude handen. Frisse Corona's in de koelkast, die gedronken worden met een half schijfje limoen in de flessenhals. 's Ochtends broodjes afbakken en die eten in de opkomende zon, de brie half smeltend in het nog warme deeg. Varen met vrienden op de plassen. Met rood verbrandde huid terugkomen, die vervolgens strak trekt en aanvoelt als een stuk oud krantenpapier.
Zomer, het staat voor de zwoele avonden waarop je een vuurkorf laat branden. Het hunkerende vuur vlamt naar het nog ongeschonden hout in het hok. Eerst pest je het een beetje met brandbare, kleine takjes. Hoog opgelaaid hapt het vuur gretig in een vers blok hout.
De mens en zijn vuur.
Het heeft mij altijd verbaasd dat vlammen nooit vervelen. Niets mooier dan samen met vrienden een paar minuten zwijgzaam erin staren. Zo nu en dan een opmerking plaatsen en van elkaar weten dat je geniet, zonder dit al te veel expliciet uit te drukken.
"Wil je nog een biertje?"
'Nee, doe maar een whiskey.'
"Ook goed."
De brandende gloed glijdt door je keel.
'Hoe is het met de vrouwen?'
"Ingewikkeld."
'Klopt.'
Zullen we er nog een blokje opgooien? Het is al laat, maar gooi er maar een blokje op. Even loom naar de wc wandelen, de automatische schijnwerper boven de deur trotserend. Nog een sigaretje roken, dan slingerend op de fiets naar huis met een houding van 'de hele wereld kan me wat.'
Het is zomer.
De zomer van de heidebrandjes, de rosé op het terras, de korte jurkjes met daaronder een bikini. De vakantieliefdes, de hitte, de dramatiek. Teenslippers waar je zwarte voeten in krijgt. En dampende lijven op een volgepakt strand.
Ik houd van de zomer. En voordat de smeulende as uitdooft op de bodem van de korf kijk ik m'n maat begrijpend aan: 'We gooien er nog een blokje op.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten