vrijdag 18 januari 2008

"Jullie zijn nu aan de beurt!"

De ochtenden waarop ik naar mijn werk ga zien er meestal hetzelfde uit. Soms is het mooi weer, soms regent het, soms is het koud, soms warm. Maar verder is alles gelijk. De trein, het wachten op de randstadrail en dan drie minuten lopen naar kantoor.
Niet echt spannend dus. Sinds een tijdje is er een nieuw vast gegeven in mijn ochtendritueel. Wanneer ik naar kantoor wandel kom ik een jongen tegen van ongeveer twintig jaar.

Hij is anders dan ik, want hij is gehandicapt. Op het eerste gezicht komt hij over als een zeer zwakbegaafd persoon. Hij loopt dan met onzekere tred, x-benen en met ongecontroleerde bewegingen. Af en toe slaat hij zomaar onverstaanbare klanken uit. Wanneer ik langs hem loop slaat hij zijn ogen neer, en zodra ik voorbij ben begint hij altijd even te rennen en te schreeuwen. Precies bij dezelfde stoeptegel, elke ochtend.

Een paar dagen geleden maakte hij ineens oogcontact. Ik was geraakt, want het leek wel alsof er een enorme wijsheid in die ogen lag. Hij had wel door hoe ik naar hem keek, want alle mensen kijken wat meewarig naar hem. Dat voelt hij wel.

Toen ik gisteren moest overwerken haalde ik een frietje bij de snackbar om de hoek. En wie stond er voor me: deze knaap. Hij bestelde in keurig Nederlands een aantal snacks. Ik stond paf, de jongen kon praten en zich nog redelijk sociaal gedragen ook! Dat had ik niet verwacht.
Terwijl de eigenaar van de snackbar vraagt wie er aan de beurt is, wijst hij naar mij en mijn collega. Hij roept: "Jullie zijn nu aan de beurt!"
Een kind in een groot lijf, hij voelt zich niet geremd door de blikken van de klanten. Eerlijkheid staat bij hem in het vaandel.

Ik heb mijn lesje weer geleerd. Deze jongen heeft ook iets begrepen van de levenskunst. Geen sociale wenselijkheid, maar hij doet lekker zijn eigen ding. Lekker rennen met zijn x-benen vanaf precies dezelfde stoeptegel, lekker schreeuwen, lekker zwaaien met zijn armen.

Lekker...hoewel, is iets nog lekker wanneer het dwangmatig is? Ik voel medelijden met hem, omdat hij is wie hij is. En tegelijkertijd ben ik jaloers op zijn vrijheid die hij daardoor heeft. Ik besef me dat ik in een sociaal keurslijf zit waarin vanalles verwacht wordt.
Ik denk dat ik me maar eens voor gek laat verklaren. Dan neem ik me voor om elke ochtend bij dezelfde stoeptegel te gaan rennen en te schreeuwen. En bij elke winkel mezelf bij de kassa om te draaien om te roepen: "Jullie zijn nu aan de beurt!"

Geen opmerkingen: