maandag 2 juni 2008

Over peuken en negers

Amsterdam centraal station. Onder de grote koepel, die over de sporen en perrons is gebouwd sta ik te wachten op de rechtstreekse trein naar Gouda.
Zojuist heb ik een oudere man wegwijs gemaakt in het reizen met de trein. Jarenlang had hij auto met chauffeur vertelde hij me: "Daar word je niet echt zelfstandig van", klaagde hij. We stonden op het perron wat te praten, toen bleek dat er een bommelding was.

Altijd vervelend.

Ik vertelde dat dit niet dagelijks voor komt, maar zo nu en dan wel. Dan sta je dus te wachten. Geef mij maar een chauffeur. Omdat het nog lang duurt besluiten we een sigaretje te roken. Ik bied de man een Marlboro aan. Op de één of andere manier roken andere mensen altijd mijn pakjes leeg. Vreemd.

Na vijf minuten houd ik de peuk voor gezien. Omdat ik te lui ben om drie meter te lopen, druk ik hem met de onderkant van m'n schoen uit op het perron.
De man verbaast zich intussen dat de conducteurs van tegenwoordig nog steeds een fluitje hanteren als de deuren van de trein dichtgaan. "Ik dacht dat dat alleen nog in oude films voorkwam."

Ik voel me ineens heel deskundig.

Wat duurt het wachten lang. "Jij bent dat waarschijnlijk gewend", zegt de man. Ja helaas. Maar ja, zo zie je nog eens wat. Terwijl mijn sigarettenpeuk uitgesmeuld is komt er een neger aanlopen. Hij heeft een blauw jasje aan, een stoffer op een lange steel en een handig afvalbakje, ook op zo'n steel. Hoeft hij niet te bukken.
Hij kijkt me nijdig aan en veegt de peuk tussen mijn voeten vandaan, tezamen met allerlei andermans rommel.

Ik voel me ineens erg schuldig.

Hier werkt iemand om mijn laksheid te compenseren. Ik steek snel een nieuwe sigaret op en besluit deze elegant in de prullenbak te deponeren, als 'tie op is.
Dan komt er de trein. Ik zie de sigaret door m'n vingers vallen en door de vele mensen vertrapt worden. Terwijl ik het perron achter me laat zie ik de neger vegen.

Sorry neger.

Geen opmerkingen: