Blikvangers
Vanmorgen reisde ik met de stoptrein naar mijn werk. Terwijl ik in Gouda instap, valt het me op dat het weer eens druk is. Voor mij wordt het helaas een staanplaats.
Dit is puur te wijten aan het feit dat ik niet van dringen houd bij het instappen. Ik ben niet zo thuis in het ellebogenwerk.
Ik zie mijzelf dan ook nooit veel geld verdienen. Maar dat terzijde.
Terwijl ik in het halletje van de krakende trein sta, voel ik me als een schipper op het dek van zijn schip. Wat schommelt dat ding zeg!
Tegenover mij staat een mooie blonde vrouw van een jaar of dertig. Ze heeft een prachtig jurkje aan, wat haar lichaamscontouren subtiel weergeeft. Ze schommelt met de trein mee en dat is wel mooi om te zien. Een blikvanger.
Tien minuten later besluit ik om ergens anders naar te kijken. In de eerste klasse zit een man van middelbare leeftijd. Zwaar behaard, zwarte bos krullen.
Kapper dood.
Hij heeft een zwart pak aan, wat slordig om zijn dikke lijf hangt. Hij draagt het alsof hij het elke dag aan heeft en het pak hem niks kan schelen. Onder zijn borstelige werkbrouwen kijken twee donkere ogen de wereld in. Voor zich een dik pak papier, wat hij doorbladert alsof het onbelangrijk is. Af en toe kijkt hij nadenkend naar buiten en krabbelt daarna met zijn vulpen iets op papier.
Een ambtenaar.
Belangrijke mensen voor ons land. Ze zijn altijd van verre te herkennen aan haar wat niet zit en het slordige pak. Ze moeten er netjes uitzien, maar dat boeit hen allang niet meer.
Bij het station laat ik de vrouw netjes eerst uitstappen. Op de trap kan ik haar achterkant eens goed bekijken. Het ziet er mooi uit.
Ze slaat linksaf. De ambtenaar rijdt nog een stukje verder richting Den Haag. Ik ga rechtsaf.
De ontmoeting is weer voorbij. De werkdag is weer begonnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten