donderdag 19 april 2007

Levenskunst in de ochtend

Het is nog vroeg in de ochtend, wanneer ik besluit een jasje over mijn overhemd aan te trekken. Buiten schijnt de zon, maar dat is bedriegelijk. Het is wel degelijk fris.
Ik trek de deur achter me dicht en snuif de frisse ochtend op.

Ik hoef niet lang te kiezen in welke richting ik zal gaan. Het wordt links. Ik zit vrij krap bij kas, dus dat komt goed uit.
Nu loop ik tegen de zon in, maar ik heb een zonnebril, dus hij doet me niks. In matig tempo loop ik richting de oude haven, langs de sluis, onder het wegdek door, trapje op en zie daar: de Hollandsche IJssel.

Uit de zak van mijn jasje haal ik een klein doosje, ik kies een staafje en steek hem in de brand. Weldra bezwangerd de aroma de lucht om mij heen. Heerlijk slecht.
Een groot passagiersschip meert aan. Heidelberg, staat er met grote rode letters op. De mensen op het schip verlaten in groepjes van zo'n twintig man het vaartuig. Onder leiding van een gids kruipt een lint van oude mensen met stokken en klik-zonnebrillen de oude binnenstad in.

Na vijf minuten komt een nieuwsgierige hond even bij me kijken. Ik vind het prima. Hij gaat voor me staan alsof hij me wil beschermen. Waarom zou hij dat willen, zonder me te kennen? Onder het wegdek klinkt regelmatig getik van krukken en het baasje komt tevoorschijn. Snel loopt de hond weg, alsof hij zich schaamt voor z'n kreupele baasje.
Ik groet het baasje, waarna die het verbaasd uitroept:"Heidelberg!"
"Ja", zeg ik. Meer kan ik er niet uit krijgen.

Een vlaag koude wind wappert door m'n haren, die inmiddels wat langer worden. Wat leuk dat ze kunnen wapperen, denk ik terwijl ik even glimlach naar de zon.
Het is nog flink koud, mooi dat ik m'n jasje heb aangedaan.

Het is tijd om op te stappen. Door de stille straten maak ik nog even een ommetje. Ik haal de engels sprekende toeristen in. Vol ontzag kijken zij naar de oude gevels, waar ik inmiddels geen oog meer voor heb. Een klein busje verscheurt de stilte in de Korte Noodgodstraat. Nog even en ik ben thuis.
De dag is nog lang. Ik zie er tegenop. Geef mij de avond maar. Heerlijk wegdromen in een luie stoel, terwijl de duister alle lelijks vervaagt. Zover is het nog niet.
Nog één keer kijk ik achterom voordat de deur achter mij in het slot valt. De dag is onherroepelijk begonnen.

1 opmerking:

Anoniem zei

weer een prachtig stukje!!!

en eh... bedankt voort heerlijke ontbijtje vanmorgen
;-)