De plassende man
Op de één of andere manier wist ik dat er iets ging gebeuren. Ik had een onbestemd, onrustig en opwindend gevoel in mijn buik. Ik zou weer iets noemenswaardig meemaken. Vol verwachting ging ik op pad. Het was tien voor half drie in de nacht en ik had zojuist een paar uur een goed gesprek gevoerd met een vriend.
Ook dat is noemenswaardig.
Vanuit Waddinxveen fiets ik terug naar Gouda, zo'n twintig minuten trappen. Na vijf minuten kom ik aan bij de Coenecoopbrug, waar ik mijn fiets omhoog moet duwen langs de trap. In zo'n geultje, wat erg glad wordt als het regent. Gelukkig is het droog.
Ik rem af en zie een man van een jaar of dertig staan. Hij was helemaal in het wit gekleed. In vol ornaat stond hij voor de trap en toen ik goed keek, zag ik dat hij aan het plassen was. Ik hield me stil en stond hem glimlachend aan te kijken. Zichtbaar betrapt perst de man zijn laatste straaltjes uit - de laatste druppels gaan altijd met horten en stoten.
Wegwezen.
Binnen notime springt de man op zijn fiets en is verdwenen. Het voorval was te kort om een paar woorden te wisselen. Met een brede glimlach duw ik mijn fiets langs de trap naar boven. Dit was het dus. Zo'n geluksmoment waarover ik al een voorgevoel had.
Even heb ik de neiging om ook mijn blaas in het openbaar te ledigen, maar ik beheers me en stap op de fiets. Nog even kijk ik uit over de rivier. Dan duwt de wind me in de rug en ik weet dat het tijd is om te gaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten